ECLI:NL:RBAMS:2018:6407
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting van twee Armeense minderjarige kinderen
Verzoekers, twee minderjarige Armeense kinderen en hun moeder, hebben een voorlopige voorziening gevraagd om hun uitzetting naar Armenië te voorkomen, omdat zij hun beroepsprocedure in Nederland willen afwachten. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een vlucht geboekt voor 8 september 2018 om de uitzetting uit te voeren.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek een herhaling is van een eerder afgewezen voorlopige voorziening door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Toewijzing van een herhaald verzoek vereist nieuwe feiten of ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak. Verzoekers hebben nieuwe informatie aangevoerd over de situatie in Armenië en de zorgcapaciteit van de moeder, maar deze is onvoldoende onderbouwd.
De voorzieningenrechter concludeert dat de afspraken tussen de Dienst Terugkeer en Vertrek en Armeense autoriteiten worden nagekomen en dat er geen belangrijke wijzigingen zijn in de feiten. Ook is niet gebleken dat de eerdere uitspraak onvolledig was. Daarom is geen reden om de uitzetting te verhinderen en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de uitzetting van de twee minderjarige kinderen naar Armenië kan doorgaan.