ECLI:NL:RBAMS:2018:6408
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting van twee Armeense minderjarige kinderen
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek om een voorlopige voorziening van twee Armeense minderjarige kinderen die uitzetting naar Armenië dreigden. Verzoekers wilden de uitzetting uitstellen zodat zij hun bezwaar tegen de feitelijke uitzetting en het lopende beroepsproces in Nederland konden afwachten. De voorzieningenrechter besloot geen zitting te houden vanwege de spoedeisendheid en het feit dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recentelijk het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening had afgewezen.
Verzoekers stelden dat hun moeder vanwege psychische problemen niet duurzaam voor hen kan zorgen en dat opvang in een tehuis in Armenië niet op korte termijn mogelijk is. Zij overlegden een psychiatrisch rapport en een verslag van Nidos, de voogdijinstelling. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende onderbouwing boden voor nieuwe feiten of omstandigheden die de rechtmatigheid van de uitzetting in twijfel trekken.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar tegen de feitelijke uitzetting geen redelijke kans van slagen heeft en dat de geplande uitzetting niet kan worden verhinderd door een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting van de twee Armeense minderjarige kinderen is afgewezen.