Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2018 in de zaak tussen
[naam eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2018.
Rechtbank Amsterdam
Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van medicinale cannabis, nadat de vergoeding door zijn zorgverzekeraar was stopgezet. De gemeente heeft dit verzoek afgewezen op grond van het bestaan van een voorliggende voorziening, namelijk de zorgverzekeraar, en het ontbreken van medische noodzaak.
De Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam heeft een onderzoek uitgevoerd en geadviseerd de aanvraag af te wijzen. Eiser stelde in beroep dat er geen voorliggende voorziening meer is en dat hij zeer dringende redenen heeft vanwege ondraaglijke pijn en suïcidale gedachten.
De rechtbank oordeelt dat de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in beginsel als voorliggende voorzieningen gelden en dat de situatie van eiser niet voldoet aan de criteria van zeer dringende redenen zoals bedoeld in de Participatiewet. De medische stukken ondersteunen niet dat het ontbreken van medicinale cannabis leidt tot levensbedreigende situaties of blijvend ernstig letsel.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand gehandhaafd. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor medicinale cannabis gehandhaafd.