Eisers zijn eigenaren van een pand waarvan een woning op de eerste verdieping illegaal aan toeristen werd verhuurd via Airbnb. Toezichthouders troffen op 19 april 2017 Amerikaanse toeristen aan die de woning voor vijf nachten hadden geboekt. Eisers betwistten zelf de verhuur aan toeristen en stelden dat zij de woning verhuurden aan een huurder die geen onderverhuur mocht plegen.
Verweerder legde aan eisers boetes op wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de woonruimtevoorraad in strijd met de Huisvestingswet en last onder bestuursdwang wegens strijdig gebruik met het bestemmingsplan. Eisers maakten bezwaar en beroep tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelde dat uit het onderzoek en Airbnb-recensies blijkt dat de woning in de periode juni 2016 tot april 2017 minstens 50 keer aan toeristen is verhuurd. Eisers konden niet aannemelijk maken dat zij niet wisten van het onrechtmatig gebruik. De woning werd niet duurzaam bewoond en het gebruik was strijdig met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, bevestigde de boetes en bestuursdwang en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.