ECLI:NL:RVS:2018:428
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.J.J.M. Pans
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens onttrekking woonruimte aan bestemming voor toeristische verhuur zonder vergunning
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Centrum legde aan [appellante] en [bedrijf A] bestuurlijke boetes op wegens het onttrekken van woningen aan de woonruimtevoorraad zonder vergunning. De boetes betroffen meerdere locaties in Amsterdam waar woningen werden verhuurd aan toeristen, wat volgens het bestuur in strijd was met artikel 30 van Pro de Huisvestingswet. De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen tegen deze boetes ongegrond.
[Appellante] stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. De Raad van State oordeelde dat [appellante] terecht als overtreder werd aangemerkt omdat zij de woningen feitelijk aan de bestemming tot bewoning onttrok door deze voor toeristische verhuur aan te bieden. Ook werd vastgesteld dat de woningen op enig moment bestemd waren voor permanente bewoning, mede op basis van gemeentelijke registraties en inschrijvingen in de basisregistratie personen. Het college had voldoende bewijs geleverd dat de woningen werden aangeboden via diverse boekingswebsites.
Het beroep van [appellante] in één zaak werd gegrond verklaard vanwege een onjuiste rechtsopvolger in de uitspraak van de rechtbank, waarna het beroep van [bedrijf B] alsnog werd beoordeeld en ongegrond verklaard. De overige beroepen werden ongegrond verklaard en de opgelegde boetes bleven in stand. Er werd geen aanleiding gezien om af te zien van het opleggen van boetes, ook niet vanwege het betoog dat het beleid onduidelijk was of dat zij niet bevoegd waren om vergunningen aan te vragen. De Raad van State wees het beroep af en bevestigde de bestuursrechtelijke sancties.
Uitkomst: De bestuurlijke boetes wegens onttrekking van woningen aan de woonruimtevoorraad zonder vergunning worden gehandhaafd.