Uitspraak
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST GROTE ONDERNEMINGEN, mede kantoorhoudende te Eindhoven,
4 [gedaagde 1] ,
5 [gedaagde 2],
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST GROTE ONDERNEMINGEN, mede kantoorhoudende te Eindhoven,
1.De procedure
- de gelijkluidende dagvaardingen van 17 december 2015;
- de akte houdende overlegging producties, met producties, van de Belastingdienst;
- de incidentele conclusie houdende vordering tot oproeping in vrijwaring en tevens houdende een vordering tot inzage en afschrift van bescheiden ex artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), met producties, van Tradman FS, Tradman IP en TMF;
- de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring, van de Belastingdienst;
- de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring, tevens conclusie van antwoord in het incident tot inzage en afschrift van bescheiden ex art. 843a Rv, van de Belastingdienst;
- de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie houdende verzoek tot voeging ex artikel 217 Rv Pro in het incident ex artikel 843a Rv tot inzage in en afschrift van bescheiden tevens eigen incident ex artikel 843a Rv, met producties, van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- de conclusie van antwoord in het incident tot voeging ex artikel 217 Rv Pro in het incident ex artikel 843a Rv, tevens conclusie van antwoord in het incident tot inzage en afschrift van bescheiden ex art. 843a Rv, met een productie, van de Belastingdienst;
- het vonnis in incidenten van 7 september 2016;
- de conclusie van antwoord, met producties, van Tradman FS, Tradman IP en TMF;
- het tussenvonnis van 15 februari 2017;
- de akte, tevens akte houdende overlegging producties, met producties, van de Belastingdienst;
- de antwoordakte, van Tradman FS, Tradman IP en TMF;
- de akte ter voorbereiding comparitie van partijen, tevens antwoordakte, met een productie, van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- de comparitie van 13 september 2017, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de daarin vermelde stukken;
- de akte na comparitie van partijen, van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- de brief van 29 september 2017 van mr. Wisman.
- de dagvaarding van 23 augustus 2016, tevens houdende incidentele conclusie tot voeging ex artikel 222 Rv Pro met de zaak Belastingdienst / Tradman FS, Tradman IP, TMF, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- de akte houdende overlegging producties, met producties, van de Belastingdienst;
- de incidentele conclusie tot voeging ex art. 217 Rv Pro aan de zijde van Tradman Netherlands B.V. in de incidentele vordering tot voeging van de Staat en de Ontvanger ex art. 222 Rv Pro, met producties, van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- de antwoordconclusie in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv Pro, met producties, van Tradman NL;
- de antwoordconclusie in het incident tot voeging ex artikel 217 en Pro 222 Rv, van Tradman NL;
- de conclusie van antwoord in het incident tot voeging ex artikel 217 Rv Pro in het incident tot voeging van zaken ex artikel 222 Rv Pro, van de Belastingdienst;
- het vonnis in incidenten van 9 november 2016;
- de conclusie van antwoord, met producties, van Tradman NL;
- het tussenvonnis van 15 februari 2017;
- de akte, tevens akte houdende overlegging producties, met producties, van de Belastingdienst;
- de antwoordakte, van Tradman NL;
- de comparitie van 13 september 2017, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de daarin vermelde stukken;
- de brief van 29 september 2017 van mr. Wisman.
2.De feiten
3.Het geschil
rechtbank] (en later AmiLux [Amicorp Luxembourg SA;
rechtbank]), maar dat in werkelijkheid (medewerkers van) Tradman alle zaken met betrekking tot Marsannay regelde(n) en de administratie van Marsannay behoorden te verzorgen. Tradman dient dan ook als materieel of feitelijk (trust)bestuurder te worden aangemerkt; in die hoedanigheid is Tradman aansprakelijk voor de schade die de Belastingdienst ter zake heeft geleden. Als Tradman niet wordt beschouwd als feitelijk trustbestuurder, dan geldt dat Tradman Benelux Trust (en later AmiLux) als hulppersoon heeft ingeschakeld om de werkzaamheden uit te voeren die Tradman voor [naam broers] pleegde te verrichten; Tradman is ter zake op grond van art. 6:171 BW Pro aansprakelijk.
4.De beoordeling
“Op 27 februari 2012 heeft de Belastingdienst Tradman aansprakelijk gesteld”(waarbij “Tradman” blijkens de in die dagvaarding gehanteerde lijst van definities staat voor onder andere Tradman NL). Vast staat voorts dat op 23 september 2011 ten kantore van het handelsregister een fusievoorstel is gedeponeerd dat inhield dat Tradman NL als verdwijnende vennootschap zou fuseren met Tradman FS als verkrijgende vennootschap. Dat fusievoorstel is weliswaar na de brieven van 27 februari 2012 (te weten op 12 juni 2012) ingetrokken, maar dat neemt niet weg dat Tradman NL zich ten tijde van de ontvangst van die brieven in het rechtsverkeer presenteerde als een op afzienbare termijn in Tradman FS opgaande entiteit. In de aan Tradman FS gerichte en verzonden brief van 27 februari 2012 staat met zoveel woorden dat de Belastingdienst Tradman FS mede aanschrijft in haar hoedanigheid van rechtsopvolgster van Tradman NL. De Belastingdienst stelt onweersproken dat de brief van 27 februari 2012 destijds ook is verzonden aan de advocaat die destijds (onder andere) zowel Tradman FS als Tradman NL bijstond. De Belastingdienst stelt voorts onweersproken dat het bestuur van Tradman FS en dat van Tradman NL destijds gedeeltelijk bestonden uit dezelfde personen.
In beide zaken
- inzicht te verschaffen aan de Inspecteur in de opzet en werking van haar gehele (elektronische) administratie, daaronder verstaan op welke wijze en waar de gegevens zijn opgeslagen;
- de Inspecteur in de gelegenheid te stellen en daartoe ondersteuning ter beschikking te stellen om images te (doen) maken van (i) de gegevensdragers die de administratie van Tradman bevatten en (ii) de gegevensdragers die (de) administraties bevatten van vennootschappen welke aan een of beide heren [naam broers] zijn gelieerd, die Tradman houdt;
- aan de Inspecteur te verstrekken een back up van eind 2008 van haar administratie en/of door haar gehouden administratie van vennootschappen welke aan een of beide heren [naam broers] zijn gelieerd.
- de mogelijkheid dat de Belastingdienst inzage krijgt in stukken van geheimhouders.
- de mogelijkheid dat de Belastingdienst de gegevens op de images en back up van administraties niet alleen zal gebruiken ten behoeve van, kort gezegd, de heffing en invordering met betrekking tot [naam broers] .
“inzage te verstrekken in alle dossiers inzake de (voormalige) relatie de heer [naam broer 1] (…) en/of de (voormalige) relatie de heer [naam broer 2] (…)”. Dat was een veelomvattende vraag, alleen al door het aantal jaren dat de relatie tussen Tradman en de gebroeders [naam broers] had geduurd en de betrokkenheid van de gebroeders [naam broers] bij een groot aantal vennootschappen.
ETSA
“commissie met betrekking tot onze bemiddeling inzake de aandelenoverdracht van Roodhold BV”.
“gedeeltelijke betaling overeenkomst d.d. 20 januari 1995”.De betalingsopdracht is ondertekend door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .
- [naam broers] ontving NLG 385.000 via [naam vennootschap 1] (23 maart 1995), waarvan hij na betaling van NLG 192.500 aan Bremhorst overhield: NLG 192.500;
- Tradman NL en [gedaagde 1] ontvingen NLG 235.750 (28 december 1994) + NLG 15.365 (23 oktober 1995) + NLG 192.500 via Bremhorst = NLG 443.615.
professional fee. De Belastingdienst wilde weten aan wie de
professional feeis verschuldigd en welke tegenprestatie hiervoor is geleverd.
professional feevan [naam vennootschap 2] van in totaal NLG 587.500 is geaccepteerd.
- slechte zaken
- fee terugverdienen door nieuwe zaken
- eindafrekening 87.500
professional feedoor [naam broers] is geregisseerd. Bovendien blijkt daaruit dat de correspondentie die de Belastingdienst is voorgehouden, is geantedateerd.
professional feegeen reëel, maar (wederom) een gefingeerd verlies vormde. Als de Belastingdienst hiervan indertijd op de hoogte was geweest, had hij de
professional feeniet als verlies geaccepteerd. Tradman NL, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben er bewust aan meegewerkt om de Belastingdienst ter zake op het verkeerde been te zetten, aldus nog steeds de Belastingdienst.
professional fee.
professional feeaan [naam vennootschap 2] verschuldigd was en, in het verlengde daarvan, of
professional feewas teruggekomen en nadat door [naam broers] (namens [naam vennootschap 2] ) en [gedaagde 2] (namens Tradman NL) was afgestemd op welke wijze over de opgevoerde
feemoest worden gecorrespondeerd teneinde de Belastingdienst alsnog te overtuigen van het zakelijk verantwoorde karakter daarvan. Tradman NL wist bovendien op dat moment dat [naam broers] zowel belanghebbende was bij Hazersharen als bij [naam vennootschap 2] . Tradman NL is aldus de gebroeders [naam broers] en de aan hen gelieerde vennootschappen behulpzaam geweest bij de misleiding van de Belastingdienst, in het bijzonder waar het ging om de frauduleuze onderbouwing van het zakelijke karakter van de
professional fee. Het is niet goed denkbaar en overigens ook niet aangevoerd dat de gevolgen daarvan voor de aanspraken van de Belastingdienst Tradman NL niet duidelijk waren. Tradman NL heeft daarmee onrechtmatig gehandeld jegens de Belastingdienst.
Marsannay Holding SA -completion Annual Accounts, houdt hierover voor zover van belang in:
vandaagper koerier te worden verstuurd aan: Amicorp Luxemburg […]”