Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
pogingtot kaping van een helikopter door deze helikopter met geweld, bedreiging met geweld of vreesaanjaging in zijn macht te brengen/houden en/of van zijn route af te doen wijken.
voorbereid.
3.Inleiding
4.Waardering van het bewijs
nade kaping om uit handen van de politie te blijven. Los hiervan geldt weer dat het dossier geen aanwijzing biedt dat verdachte ooit over deze middelen heeft beschikt.
bestemd zijntot het begaan van een
ernstig, nader bepaald misdrijfwaar een gevangenisstraf van acht jaar of meer voor kan worden opgelegd. Met de term ‘dat misdrijf’ in de zinsnede ‘bestemd tot het begaan van dat misdrijf’ wordt gedoeld op het misdrijf dat is voorbereid, en dus niet op de voorbereiding zelf. (Zie bijvoorbeeld HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1956,
NJ2013/133, waarin werd geoordeeld dat een telefoon waarmee verdachten gesprekken voerden over een uit te voeren overval, niet kon worden aangemerkt als een voorwerp dat bestemd was tot het begaan van die overval. De telefoon werd gebruikt bij de voorbereiding van de overval, maar zou geen rol van betekenis hebben bij het uitvoeren van de overval).
bestemd waren tot het begaan van het kapen van een helikopter.
gannoe) en wist dat er wapens zouden worden gebruikt bij de kaping van de helikopter. Uit deze tapgesprekken volgt dat het aanvankelijk de bedoeling was dat een wapen vanaf het Helicentre mee de helikopter in zou gaan. Daarnaast was verdachte blijkens de tapgesprekken op de hoogte van de aanwezigheid van wapens in Weert. Verdachte zegt namelijk:
zorg dat die boys(de rechtbank begrijpt: de personen in de BMW in Weert)
dat hebben voor jou.
5.Bewezenverklaring
6.Motivering van de straf
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
en aanzien van feit 3:
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden.