Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2018 in de zaken tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Naar aanleiding van een steekproef heeft de Raad voor Rechtsbijstand in 32 afzonderlijke primaire besluiten de vergoedingen voor verleende toevoegingen gewijzigd of ingetrokken. Eiseres, die namens diverse rechtszoekenden toevoegingen had aangevraagd, heeft tegen deze besluiten bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld.
De rechtbank stelde vast dat de zaken samenhangend zijn en dat eiseres voor de eerste groep van 21 zaken griffierecht had betaald, waardoor deze zaken ontvankelijk zijn. Voor de overige elf zaken was het griffierecht niet betaald, waardoor deze beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat alleen de hoogte van de vergoeding ter discussie stond en niet de toekenning van de toevoegingen zelf, die in rechte vaststaan. Eiseres stelde dat zij niet de hoedanigheid van advocaat had en dat de toevoegingsaanvragen ongeldig waren, maar de rechtbank verwierp dit omdat de beroepsgronden tegen de toekenningsvoorwaarden niet konden leiden tot andere besluiten dan die over de vergoeding. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard.
Verzoeken van derden om als belanghebbende deel te nemen werden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierechten toegewezen.
Uitkomst: De beroepen in elf zaken zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht, de overige 21 beroepen zijn ongegrond verklaard.