ECLI:NL:RVS:2018:2498
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.J. van Eck
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergoeding rechtsbijstand bij afgewezen herhaalde asielaanvraag
De zaak betreft een geschil over de hoogte van de vergoeding voor rechtsbijstand verleend door appellant A aan appellant B in het kader van een herhaalde asielaanvraag. De raad voor rechtsbijstand stelde de vergoeding vast op €256,42, gebaseerd op twee punten conform artikel 5a, vijfde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr).
Appellant B stelde dat hij als belanghebbende niet ontvankelijk was, omdat hij geen direct belang had bij de vergoeding. De rechtbank verklaarde zijn beroep niet-ontvankelijk. Appellant A voerde aan dat het toepasselijke artikel buiten toepassing moest worden gelaten wegens onredelijkheid en strijd met de wetgeverbedoeling, met name vanwege een besluit- of vertrekmoratorium dat de kansloosheid van de aanvraag beïnvloedde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het Bvr een algemeen verbindend voorschrift is waartegen geen beroep openstaat, maar wel exceptieve toetsing mogelijk is. Eerder is geoordeeld dat het voorschrift niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat geen uitzondering gemaakt kan worden voor moratoria of voorlopige voorzieningen. Het hoger beroep van beide appellanten werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het forfaitaire puntensysteem voor vergoeding van rechtsbijstand bij afgewezen herhaalde asielaanvragen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vergoeding voor rechtsbijstand blijft vastgesteld op twee punten volgens artikel 5a, vijfde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000.