In deze civiele procedure tussen Claimstichting Mestpartners en meerdere gedaagden heeft de rechtbank Amsterdam op 3 juli 2019 een vonnis gewezen waarin de vordering van Claimstichting Mestpartners werd afgewezen. Bij brief van 4 juli 2019 verzochten gedaagden 3 en 4 de rechtbank om het vonnis aan te vullen met een beslissing over de proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft Claimstichting Mestpartners in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar deze heeft geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid. De rechtbank constateerde dat in het oorspronkelijke vonnis was verzuimd te beslissen over de kostenveroordeling ten gunste van gedaagden 3 en 4.
Gezien de afwijzing van de vordering van Claimstichting Mestpartners is er grond voor veroordeling in de kosten van het geding, begroot op in totaal €1.704,- aan griffierecht en advocaatkosten, met een nader te bepalen bedrag aan nasalaris en explootkosten. De rechtbank wijst het verzoek tot aanvulling toe en bepaalt de wijze van uitvoering en hernummering van de vonnisonderdelen.
Daarnaast merkt de rechtbank op dat ook ten aanzien van gedaagde 9 een kostenveroordeling was verzocht maar niet is beslist, doch ambtshalve aanvulling daarvan niet mogelijk is zonder verzoek. De aanvulling wordt op de minuut van het oorspronkelijke vonnis vermeld en partijen worden gelast de vonnisstukken te retourneren.
Het vonnis is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2019.