Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Sąd Okręgowy w Gliwicach (the Regional Court in Gliwice),Polen, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
16 oktober 2018. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. J.R.A. Röschlau, advocaat te Zeist, zijn niet verschenen. De raadsman heeft voor de zitting een schriftelijk aanhoudingsverzoek ingediend en de officier van justitie heeft op voorhand ingestemd met de inwilliging van dat verzoek. Het onderzoek is geschorst tot 6 november 2018 om 10.00 uur.
Met instemming van partijen is het onderzoek voortgezet in de stand waarin het onderzoek zich ten tijde van de schorsing bevond. Het verhoor van de opgeëiste persoon heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. Hij is bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is. De rechtbank heeft de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen en het onderzoek gesloten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de oproeping voor deze zitting op 3 december 2018 in persoon is betekend aan de opgeëiste persoon.
Gehoord zijn de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek en de raadsman van de opgeëiste persoon, die verklaard heeft uitdrukkelijk gemachtigd te zijn om namens hem het woord te doen.
de opgeëiste persoon zal verschijnen bij de voortzetting van de behandeling ter zitting van deze rechtbank op het overleveringsverzoeken
de opgeëiste persoon zal aan iedere oproeping in deze zaak van de kant van justitie of politie gevolg geven.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
exercisable judicial decision on detention awaiting trial (een bevel tot voorlopige hechtenis),uitgevaardigd naar aanleiding van:
decision of the Sąd Rejonowy w Gliwicach (of the District (first instance) Court in Gliwice)van 28 juni 2017 (III K 380/17);
decision of the Sąd Rejonowy w Gliwicach (of the District (first instance) Court in Gliwice)van 18 december 2017 (III Kp 809/17) (PR Ds. 185.2017)
4.Strafbaarheid
ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling
overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
5.Artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
hierna: HvJ) van 25 juli 2018 in de zaak C-216/18 PPU (
hierna: het arrest). De rechtbank verwijst in zoverre naar de tussenuitspraak van 16 augustus 2018.
gehouden is te beoordelen of hij een reëel gevaar loopt dat dit grondrecht zal worden geschonden.
1. Dreigt een reëel gevaar dat het grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast wegens structurele of fundamentele gebreken wat de rechterlijke macht van de uitvaardigende lidstaat betreft, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties van die staat in gevaar brengen?
2. In hoeverre kunnen de structurele of fundamentele gebreken wat de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties van de uitvaardigende lidstaat betreft, zoals die uit de ter beschikking staande gegevens blijken, gevolgen hebben op het niveau van de rechterlijke instanties van die staat die bevoegd zijn voor de procedures waaraan de opgeëiste persoon zal worden onderworpen?
3. Zijn er, in het licht van de specifieke zorgen die de opgeëiste persoon tot uitdrukking heeft gebracht en de eventueel door hem verstrekte inlichtingen, zwaarwegende en op feiten berustende gronden om aan te nemen dat hij een reëel gevaar loopt dat zijn grondrecht op een onafhankelijk gerecht zal worden geschonden en derhalve dat zijn grondrecht op een eerlijk proces in de kern zal worden aangetast, gelet op zijn persoonlijke situatie, de aard van het strafbare feit waarvoor hij wordt vervolgd en de feitelijke context die aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt”.
Wel heeft hij verzocht te mogen beschikken over alle brieven die tot dusverre zijn ontvangen van de verschillende justitiële autoriteiten in Polen. Dit verzoek heeft de rechtbank afgewezen.
De raadsman heeft zijn verweer beperkt tot enkele opmerkingen die de persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon betreffen, zo heeft hij gesteld dat overlevering mogelijk in strijd komt met het recht op
‘family life’(de rechtbank begrijpt: artikel 7 Handvest Pro). De vriendin van de opgeëiste persoon is in verwachting van hun kind.
.
vier wekenna de uitspraak te worden beantwoord. Binnen
twee wekenna ontvangst van de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit zal een vervolgzitting worden gepland.
6.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd teneinde: