Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving een gecombineerde aanslag waterschapsbelasting 2015 voor twee woningen en maakte bezwaar tegen zowel de aanslag als de onderliggende WOZ-waarde. Verweerder stelde dat de beslistermijn op het bezwaar was opgeschort zolang de WOZ-waarde niet onherroepelijk was. De rechtbank bevestigt dat volgens artikel 131 van Pro de Waterschapswet de uitspraak op bezwaar tegen de aanslag waterschapsbelasting pas mag plaatsvinden nadat de WOZ-waarde onherroepelijk is geworden.
De uitspraak op bezwaar van 3 augustus 2018 werd gedaan voordat de WOZ-waarde onherroepelijk vaststond, waardoor deze uitspraak prematuur en vernietigbaar is. Het beroep van eiser tegen deze uitspraak wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd. De rechtbank wijst het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar af als niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om betaling van een dwangsom af, omdat verweerder niet in verzuim was.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat verweerder geen proceskostenvergoeding verschuldigd is voor het gegrond verklaren van het bezwaar dat samenhangt met de WOZ-waarde, omdat dit niet aan verweerder te wijten is. Wel worden de proceskosten voor het beroep tegen de uitspraak op bezwaar toegewezen aan eiser, evenals het griffierecht. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen met inachtneming van artikel 131 van Pro de Waterschapswet.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens prematuur besluit en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.