ECLI:NL:RBAMS:2019:6232
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
De burgemeester van Amsterdam heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten tot sluiting van een woning voor drie maanden vanwege het aantreffen van handelshoeveelheden drugs en een verboden wapen. Verzoeker, de huurder van de woning, maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat er meerdere keren drugs in handelshoeveelheden in de woning waren aangetroffen, waaronder [produkt 1] en [produkt 3], die op lijst I van de Opiumwet staan. Daarnaast werden contant geld en een verboden wapen gevonden. Verzoeker stelde dat de drugs voor eigen gebruik waren en dat de sluiting disproportioneel was, mede vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs en de verzwarende omstandigheden, zoals het verboden wapen en eerdere vondsten, voldoende grond vormen voor de sluiting. Het belang van de openbare orde weegt zwaarder dan het belang van verzoeker, die onvoldoende aannemelijk maakte dat de drugs voor eigen gebruik waren. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel wordt afgewezen.