Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2]
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een kort geding van twee uitgeprocedeerde asielzoekers die samen met anderen een leegstaand bedrijfspand hebben gekraakt. De eigenaar, Woningstichting Eigen Haard, heeft aangifte gedaan van huisvredebreuk en kraken. De Staat kondigde een strafrechtelijke ontruiming aan op grond van artikel 551a Sv.
Eisers vorderden een verbod op ontruiming voor vier weken na het vonnis, stellende dat zij geen alternatieve opvang hebben en anders op straat komen te staan. De rechtbank beoordeelde dat het huisrecht van eisers onder artikel 8 EVRM Pro bescherming geniet, maar dat de belangenafweging in dit geval uitgaat naar de Staat en eigenaar. Het verlies van woonruimte is geen bijzondere omstandigheid die de ontruiming kan tegenhouden.
De rechtbank oordeelde dat de eigenaar het pand na ontruiming zal laten beheren en verhuren, met een serieuze kandidaat-huurder aanwezig. De eisers kunnen opvang krijgen bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, en het ontbreken van individuele terugkeermogelijkheden is geen grond om de ontruiming te verbieden. De vordering werd afgewezen, met compensatie van proceskosten en nihilstelling van griffierecht vanwege de financiële situatie van eisers.
Uitkomst: De vordering tot verbod op strafrechtelijke ontruiming wordt afgewezen; proceskosten worden gecompenseerd en griffierecht nihil gesteld.