Eisers zijn eigenaar van een woning die bestaat uit drie woonlagen, waarvan de tweede verdieping als zelfstandige woonruimte wordt gebruikt voor een Bed & Breakfast (B&B). Verweerder legde eisers een bestuurlijke boete op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de woningvoorraad en een last onder bestuursdwang wegens hotelmatig gebruik in strijd met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat de B&B niet voldoet aan de voorwaarden voor kort verblijf bij de hoofdbewoner in diens woonruimte, omdat de tweede verdieping zelfstandige woonruimte is met eigen voorzieningen en afsluitbaarheid. Eisers wonen feitelijk op de derde en vierde verdieping, waardoor de B&B niet als deel van hun woning kan worden beschouwd.
Daarnaast is het gebruik van de tweede verdieping als zelfstandige woonruimte voor toeristische verhuur in strijd met het bestemmingsplan, aangezien hotels niet zijn toegestaan op die locatie. Eisers hebben geen vergunning voor dit gebruik en hebben niet aannemelijk gemaakt dat verweerder onredelijk heeft gehandeld bij het opleggen van de last onder bestuursdwang.
De beroepen tegen de bestuurlijke boete en last onder bestuursdwang worden ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.