Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
meer of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van dat wapen of die munitie”. In deze zaak speelt niet de vraag of verdachte bewust was van de aanwezigheid het voorwerp, maar of hij er van bewust was dat het voorwerp een als zaklamp vermomd stroomstootwapen betrof.
voordat[persoon 3] in de gang stond en zijn zoon te hulp schoot. Bovendien neemt de rechtbank mee dat zowel verdachte zelf als [persoon 3] hebben verklaard dat verdachte slaande bewegingen richting aangever heeft gemaakt, waarbij verdachte bovendien heeft verklaard dat zijn opzet er op was gericht om aangever daadwerkelijk te raken. Daarom ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de aangifte. Aldus is de rechtbank van oordeel dat de mishandeling van [persoon 2] is bewezen.
waarbij de rechtbank verwijst naar onderdeel 8 van dit vonnis). Aldus bestaat de mogelijkheid dat verdachte dit feit heeft gepleegd.
5.Bewezenverklaring
6.Bewijsmiddelen
7.Strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte] ,niet strafbaar voor de bewezen verklaarde feiten en
ontslaat hem van alle rechtsvervolging.
psychiatrisch ziekenhuiszal worden geplaatst.
[persoon 5]gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.166,60 (duizendhonderdzesenzestig euro en zestig eurocent), bestaande uit € 466,60 aan materiële schadevergoeding en € 700,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (2 juli 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[persoon 5]voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.