ECLI:NL:RBAMS:2020:1256
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeente Amsterdam mag boete opleggen voor onttrekking van appartementen aan woonruimtevoorraad
De gemeente Amsterdam legde een boete van €148.500,- op aan eiser wegens het zonder vergunning onttrekken van elf appartementen aan de woonruimtevoorraad door deze aan toeristen te verhuren. Na bezwaar matigde de gemeente de boete tot €118.800,-. Eiser betwistte de boete en stelde dat de appartementen niet als woningen in de zin van de Huisvestingswet bestemd waren, omdat zij alleen tijdelijk werden verhuurd.
De rechtbank stelde vast dat de appartementen sinds 22 september 2014 als zelfstandige woonruimten met woonbestemming geregistreerd stonden, wat volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak voldoende is om te concluderen dat zij bestemd waren voor permanente bewoning. Het feitelijk gebruik als toeristische verhuur zonder vergunning doet hieraan niet af.
Verder oordeelde de rechtbank dat de elf appartementen niet als één woning kunnen worden beschouwd, omdat zij elk een eigen huisnummer hadden en afzonderlijk werden verhuurd. Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn bij de bezwaarprocedure concludeerde de rechtbank dat de reeds toegekende korting van 20% op de boete ruim voldoende compensatie was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete van €118.800,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €118.800,- voor het onttrekken van elf appartementen aan de woonruimtevoorraad.