De rechtbank Amsterdam heeft op 11 maart 2020 uitspraak gedaan in een meervoudige strafzaak tegen verdachte, waarin drie zaken zijn samengevoegd. Verdachte werd beschuldigd van diefstal van jassen uit een auto, medeplegen van het voorhanden hebben van een geladen revolver met zijn DNA erop, en diefstal van een motorscooter.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte de revolver daadwerkelijk voorhanden had gehad, ondanks het aantreffen van zijn DNA op het wapen. Ook kon niet worden vastgesteld hoe en wanneer het DNA op de revolver was gekomen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlasteleggingen omtrent de revolver en de diefstal van jassen.
Voor de diefstal van de motorscooter, gepleegd in vereniging, achtte de rechtbank het bewezen dat verdachte dit feit had begaan. Verdachte had dit ook bekent. Gelet op zijn eerdere veroordelingen, het recidiverisico en zijn positieve recente ontwikkeling, legde de rechtbank een werkstraf van 40 uur op met een vervangende jeugddetentie van 20 dagen en een voorwaardelijke jeugddetentie van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke straf met één jaar verlengd.
De rechtbank hechtte waarde aan het advies van de reclassering en de positieve ontwikkeling van verdachte, die begeleid woont en weer naar school gaat. De vrijspraak voor de wapenbezitzaak en de veroordeling voor de diefstal zijn in lijn met de bewijswaardering en de omstandigheden van de zaak.