De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte wegens poging woninginbraak, heling van een scooter en een ov-chipkaart, en het bezit van pepperspray. Verdachte werd vrijgesproken van de voltooide woninginbraak en heling van de scooter en telefoon wegens onvoldoende bewijs. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met een ander de voordeur van een woning had ingetrapt met het oogmerk tot diefstal, dat hij een ov-chipkaart in bezit had die door misdrijf was verkregen, en dat hij pepperspray bij zich droeg.
De rechtbank oordeelde dat de poging tot woninginbraak ernstig is vanwege de overlast en schade die het veroorzaakt, ondanks dat er geen buit werd gemaakt. Het bezit van de gestolen ov-chipkaart en pepperspray werd eveneens strafbaar geacht. Verdachte had een strafblad met eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten, maar gezien de tijd sinds het laatste feit en persoonlijke omstandigheden werd een lagere straf dan de eis opgelegd.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van zes maanden geëist, maar de rechtbank legde drie maanden op met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €550 aan materiële schade aan de benadeelde partij, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen.