Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beslissing
officier van justitie niet-ontvankelijkin de vervolging van verdachte.
Rechtbank Amsterdam
Verdachte werd verdacht van heling van een scooter op 20 februari 2020 te Amsterdam. De verdediging voerde aan dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat het Openbaar Ministerie tweemaal had medegedeeld dat de zaak zou worden geseponeerd. Hierdoor was bij verdachte het gerechtvaardigd vertrouwen ontstaan dat geen strafvervolging zou volgen.
De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat dit verweer verworpen moest worden en gaf aan te zullen rekwireren tot vrijspraak. Uit de correspondentie bleek echter dat het OM inderdaad de intentie had de zaak te seponeren en dat de dagvaarding door een administratieve vergissing was uitgebracht.
De rechtbank oordeelde dat onder deze omstandigheden strafvervolging in strijd is met het vertrouwensbeginsel en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het vertrouwensbeginsel, en het bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven.