ECLI:NL:RBAMS:2020:3512
Rechtbank Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel en detentieomstandigheden
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Italiaans arrondissementparket. De opgeëiste persoon werd verdacht van het ondergaan van een vrijheidsstraf van één jaar en acht maanden wegens ontvoering, mishandeling en wederspannigheid. De raadsvrouw van de opgeëiste persoon voerde verweren aan tegen de overlevering, waaronder het standpunt dat de straf niet meer ten uitvoer hoeft te worden gelegd en dat de Italiaanse officier van justitie niet onafhankelijk zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat de straf nog steeds ten uitvoer wordt gelegd en dat het Italiaanse arrondissementparket als uitvaardigende justitiële autoriteit voldoet aan de onafhankelijkheidseisen zoals gesteld door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de detentieomstandigheden in Italië geen reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling opleveren, mede op basis van een garantie van het Italiaanse Ministerie van Justitie.
De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen en te schorsen voor onbepaalde tijd, zodat dit EAB samen met een ander EAB met een verwant parketnummer kan worden afgedaan. Tevens werden oproepingen bevolen voor de opgeëiste persoon en een tolk. Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst voor onbepaalde tijd, waarbij de overlevering niet wordt geweigerd vanwege detentieomstandigheden of onafhankelijkheid van de Italiaanse autoriteiten.