ECLI:NL:RBAMS:2020:3772
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in verzoek tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel wegens vertrek opgeëiste persoon uit Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 juli 2020 de vordering van het Openbaar Ministerie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Mönchengladbach, Duitsland, gericht op de aanhouding en overlevering van een Poolse opgeëiste persoon zonder vaste verblijfplaats in Nederland.
Tijdens de procedure bleek dat de opgeëiste persoon en zijn raadsman aanvankelijk onjuist waren opgeroepen, waarna de zitting werd geschorst. Bij de voortzetting van de zitting op 16 juli 2020 was de opgeëiste persoon afwezig, maar zijn raadsman nam telefonisch deel en voerde namens hem het woord. De rechtbank verlengde de beslistermijnen conform de Overleveringswet.
De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld. De raadsman stelde dat de opgeëiste persoon zich niet meer in Nederland bevindt, waardoor het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat dit niet verhindert dat Duitse autoriteiten het EAB kunnen handhaven en opnieuw een verzoek kunnen indienen.
De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering en stelde vast dat de overleveringsdetentie is beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel omdat de opgeëiste persoon zich niet meer in Nederland bevindt.