Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
wit poeder” in beslag genomen zijn – de rechtbank uitgaat van de in het rapport van de Dienst Regionale Recherche (Laboratorium Forensische Opsporing) van 9 oktober 2019 genoemde 24 zakjes (met daarin in totaal 22,5 gram amfetamine). Hiertoe overweegt de rechtbank dat de officier van justitie op de terechtzitting heeft toegelicht dat de politie op straat vaak een eerste telling doet, waarna de in beslag genomen stoffen in het forensisch laboratorium secuur worden nageteld en gewogen. Daardoor kan het voorkomen dat de eerste telling enigszins afwijkt van de daadwerkelijk bij verdachte aangetroffen – en gewogen – hoeveelheid verdovende middelen. De raadsman van verdachte heeft hier geen opmerkingen over gemaakt, zodat de rechtbank uitgaat van de hoeveelheid amfetamine die is aangetroffen in de 24 zakjes die zijn onderzocht in voornoemd laboratorium.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
17 dagen, zodat het op te leggen voorwaardelijke deel neerkomt op 43 dagen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
60 (zestig) dagen.
43 (drieënveertig) dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren.