ECLI:NL:RBAMS:2020:5866

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 september 2020
Publicatiedatum
27 november 2020
Zaaknummer
13/751229-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens diefstal met geweld

De rechtbank Amsterdam heeft op 11 september 2020 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Frankfurt am Main. Het EAB betreft een verdenking van diefstal met geweld gepleegd in Frankfurt am Main op 11 februari 2017.

Tijdens de openbare zitting van 28 augustus 2020 is de opgeëiste persoon gehoord via telehoor, bijgestaan door een advocaat en een tolk. De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en onderzocht of het EAB voldoende is onderbouwd. De verdediging voerde aan dat het feit onvoldoende is omschreven, maar de rechtbank oordeelde dat het EAB voldoet aan de eisen van duidelijkheid omtrent het strafbare feit, tijdstip, plaats en betrokkenheid.

De rechtbank heeft tevens beoordeeld of het feit voldoet aan het vereiste van dubbele strafbaarheid en concludeerde dat dit het geval is. Het onschuldverweer van de opgeëiste persoon werd niet aannemelijk gemaakt en kon daarom niet leiden tot weigering van overlevering. Gezien het ontbreken van weigeringsgronden en de naleving van de wettelijke vereisten, heeft de rechtbank de overlevering toegestaan.

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751229-20
RK nummer: 20/3117
Datum uitspraak: 11 september 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 17 juni 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 januari 2020 door het
Amtsgericht Frankfurt am Main(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1980,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Justitieel Complex [detentieplaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 augustus 2020. Het verhoor heeft door middel van een telehoor-verbinding plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C. van Oort, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Arabische taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van het
Amtsgericht Frankfurt am Mainvan 6 augustus 2018 (dossiernummer 916 Ls 3530 Js 225046/17).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
3.1.
Genoegzaamheid
De raadsvrouw heeft bepleit dat de overlevering wordt geweigerd, omdat het feit in het EAB niet genoegzaam is omschreven. Het feit is niet, althans onvoldoende onderbouwd. Om die reden is het voor de opgeëiste persoon niet duidelijk waarvoor zijn overlevering wordt verzocht, aldus de raadsvrouw.
De officier van justitie heeft gemotiveerd geconcludeerd tot verwerping van het verweer.
De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens dient te bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de Overleveringswet geformuleerde vereisten. Daartoe dient het EAB een beschrijving te bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien dient die beschrijving de naleving van het specialiteitsbeginsel te kunnen waarborgen. Niet is vereist dat het EAB gegevens bevat die inzicht geven in de grondslag van de verdenking, of - in het verlengde daarvan - het voor de opgeëiste persoon mogelijk maken een eventueel onschuldverweer te onderbouwen.
In de onderhavige zaak geldt het volgende.
Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon wordt verdacht van een diefstal met geweld gepleegd in Frankfurt am Main op 11 februari 2017. Daarmee is het feit genoegzaam omschreven. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer.

4.Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
Diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

5.Onschuldverweer

De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan het feit. Hij heeft dit echter tijdens het verhoor ter zitting niet aangetoond.
De onschuldbewering kan dan ook niet leiden tot weigering van de overlevering.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 312 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Frankfurt am Main(Duitsland).
Aldus gedaan door
mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,
mrs. C.W.M. Giesen en E.G.M.M. van Gessel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.B.C. van der Veer, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 11 september 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.