Eiseres verzocht de minister van Justitie en Veiligheid om openbaarmaking van documenten over interlandelijke adopties uit Colombia in de periode 1984-1994. De minister verstrekte gedeeltelijk documenten, maar weigerde delen op grond van privacy, interne beleidsopvattingen en reikwijdte van het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat de minister het Wob-verzoek te beperkt heeft opgevat door niet alle genoemde overheidsorganen te betrekken bij de zoekslag. Tevens heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom bepaalde documenten niet zijn gevonden of openbaar gemaakt. De rechtbank acht de zoekslag onzorgvuldig en beveelt een nieuwe, uitgebreidere zoekslag.
Verder bevestigt de rechtbank dat weigeringen op basis van bijzondere persoonsgegevens en interne beleidsopvattingen in dit geval terecht zijn toegepast. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiseres toegewezen.