Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 februari 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2020.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres ontving een WAO-uitkering en werkte daarnaast. Verweerder stelde vast dat zij over een bepaalde periode meer had verdiend dan haar maatmaninkomen, waardoor zij geen recht meer had op de uitkering en het teveel ontvangen bedrag moest terugbetalen. Verweerder had het loon over die periode gemiddeld, inclusief eenmalige IKB-uitbetalingen en achterstallig loon. Eiseres betwistte deze middeling omdat daarvoor geen wettelijke grondslag zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat artikel 44, tweede lid, van de WAO dwingendrechtelijk is en dat verweerder niet mag afwijken van de hoofdregel dat loon wordt geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever de loonopgave heeft gedaan. De uitzonderingsbepaling in artikel 2, achtste lid, van de Regeling samenloop geldt alleen voor vakantiebijslag en eindejaarsuitkering, niet voor IKB-elementen of achterstallig loon. Verweerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar de samenstelling van het loon.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot middeling van loon is vernietigd.