De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 maart 2021 een vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon, met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, wordt verdacht en veroordeeld door de Rechtbank van eerste aanleg Limburg in België tot een vrijheidsstraf van zes jaar.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en bevestigde zijn nationaliteiten. De overlevering werd gevraagd voor de uitvoering van een onherroepelijke straf die reeds deels in voorlopige hechtenis was doorgebracht.
Op grond van artikel 6, tweede lid, van de Overleveringswet (OLW) wordt overlevering ter tenuitvoerlegging van een straf aan een Nederlander geweigerd indien is gewaarborgd dat de straf in Nederland zal worden ondergaan. De rechtbank stelde vast dat deze waarborg aanwezig is en besloot daarom de overlevering te weigeren. Tevens werd vastgesteld dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.
De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.