Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de akte van verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad van 30 juli 2020 van [eiser] ;
- instructievonnis;
- het vonnis in incident van 29 oktober 2020;
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Vordering in conventie en in reconventie
Beoordeling in conventie
omzetdaling als gevolg van de coronacrisis(hierna:
d), de huurprijs in beginsel wordt gewijzigd, waarbij als uitgangspunt geldt dat de tegenvaller gelijkelijk over de huurder en de verhuurder moet worden verdeeld. Indien sprake is van een omzetdaling van 100% wordt de
oorspronkelijke huurprijs(hierna:
oh) in beginsel verminderd met 50%. De
gewijzigde huurprijs(hierna:
gh) kan dan worden berekend volgens deze formule:
oh – (d% ÷ 2) = gh.
Beoordeling in reconventie
Geen beëindiging huurovereenkomst door opzegging
direct, bij ontvangst van de TVL, over [zal] gaan tot doorstorten. Zij zal niet onnodig wachten tot en met 15 januari 2021 met het voldoen van de huur, indien de TVL eerder binnenkomt.” Aan [eiser] is veelvuldig gecommuniceerd dat [gedaagde] de huurpenningen hard nodig heeft in verband met een forse schuld aan de belastingdienst. Ook lopen de kosten van [gedaagde] waaronder de erfpacht, hypothecaire lasten en de opstalverzekering door. Uit de stukken is gebleken dat [eiser] het voorschot TVL inzake het vierde kwartaal ter hoogte van € 60.203,36 op 16 december 2020 heeft ontvangen. Dit bedrag is echter pas op 13 januari 2021 betaald aan [eiser] . Deze betaling in januari 2021 is, naar eigen zeggen van [eiser] , naar aanleiding van het vonnis van 27 november 2020. Door [eiser] is verder geen concreet voorstel gedaan of handvatten geboden om de opgelopen huurachterstand in te lopen. Van een constructieve en betrouwbare houding waarbij [eiser] , binnen de mogelijkheden die tot haar beschikking staan, er blijk van heeft gegeven ook rekening te willen houden met de gerechtvaardigde belangen van de verhuurder, is niet gebleken.
tenminstete betalen huur met ingang van 1 januari 2021 tot en met september 2021 gesteld op 60% van de geldende huurprijs. Het gaat meer concreet om een maandelijks bedrag van € 17.912,29 (60% van € 29.853,82). Let wel: hetgeen in deze rechtsoverweging staat heeft uitsluitend betrekking op de voorwaarden waaronder een ontbinding en ontruiming niet is gerechtvaardigd. Het gaat hier dus nadrukkelijk niet om een vaststelling van de verschuldigde huur.