ECLI:NL:RBAMS:2021:311
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang voor gebruik caravan als slaapplaats in Amsterdam
Verzoekers kregen op 16 december 2020 een last onder bestuursdwang opgelegd om niet binnen de gemeente Amsterdam op of aan de weg de caravan als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten. Dit volgde op eerdere dwangsombesluiten uit 2018 die in rechte waren bevestigd. Verzoekers hadden bezwaar gemaakt en vroegen om schorsing van het besluit in afwachting van bezwaar.
De voorzieningenrechter constateerde dat verzoekers het verbod overtreden en dat het bestuursorgaan in principe bevoegd is om handhavend op te treden, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Verzoekers voerden onder meer aan dat de last te ruim is, dat zij mochten vertrouwen op legalisering, dat er geen alternatief geboden wordt, dat de coronacrisis en medische omstandigheden bijzondere omstandigheden zijn, en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers sinds 2017 weten dat hun verblijfplaats niet legaal is en dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor een legale plek. De eerdere dwangsombesluiten en rechterlijke uitspraken bevestigen dit. De medische situatie en coronacrisis zijn onvoldoende bijzonder om handhaving te staken. Het gelijkheidsbeginsel faalt omdat andere familieleden met minderjarige kinderen en stadsnomaden anders worden behandeld.
De last onder bestuursdwang is gericht op herstel van overtreding en geldt voor heel Amsterdam vanwege eerdere illegale verblijfplaatsen. De voorzieningenrechter twijfelt niet aan de rechtmatigheid en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen.