ECLI:NL:RVS:2005:AS7245
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving bestemmingsplan bedrijfsactiviteiten en bouwwerken
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg wees een verzoek om bestuursdwang af met betrekking tot bedrijfsactiviteiten en illegale bouwwerken op een perceel. Na diverse procedures vernietigde de rechtbank een deel van het besluit van het college, maar de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het overgangsrecht van het bestemmingsplan niet onverkort bescherming biedt voor gebruik dat al onderwerp was van handhavingsprocedures. De omvang van toegestane opslag werd vastgesteld op 27 m³, gebaseerd op omzetcijfers, en het college mocht handhavend optreden bij overschrijding hiervan.
Verder werd geoordeeld dat de last tot het bijhouden van een boekhouding van voorraden niet rechtszeker is en daarom onrechtmatig. Ook werd bevestigd dat het college bevoegd is handhavend op te treden tegen een bouwwerk dat zonder vergunning is vernieuwd tussen 1988 en 1994. Het hoger beroep van het college werd deels gegrond verklaard, het beroep van appellanten deels ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank deels vernietigd en deels bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is deels gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank deels vernietigd en deels bevestigd, waarbij het college bevoegd is handhavend op te treden tegen overtredingen van het bestemmingsplan.