ECLI:NL:RBAMS:2021:3924
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens innerlijke tegenstrijdigheid en vrijspraak poging uitvoer MDMA
Op 9 juli 2021 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van poging tot uitvoer van 7.755 MDMA-pillen en medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van deze pillen op 18 april 2019.
De rechtbank constateerde dat de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig was: de uitvoeringshandelingen vielen onder het voltooide delict uitvoer van harddrugs, terwijl tegelijkertijd sprake was van een poging. Hierdoor verklaarde de rechtbank de dagvaarding nietig voor dit feit.
Ten aanzien van het tweede feit, het opzettelijk aanwezig hebben van de MDMA-pillen, oordeelde de rechtbank dat het tenlastegelegde niet bewezen kon worden. Ondanks aanvankelijke beschuldigingen was er geen bewijs dat verdachte wist van de inhoud van de doos die hij bij DHL aanbood. Camerabeelden toonden een rustige gedraging en de politie had geen aanvullend onderzoek gedaan. Verdachte ontkende kennis van de drugs, waardoor hij werd vrijgesproken.
De rechtbank hief tevens het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de datum van uitspraak.
Uitkomst: De dagvaarding werd nietig verklaard en verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet.