ECLI:NL:RBAMS:2021:4792
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen invordering dwangsom funderingsherstel en vertrouwensbeginsel
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van [eiseres] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot invordering van een dwangsom van €147.000 wegens het niet herstellen van funderingsgebreken aan een pand in Amsterdam.
[ Eiseres ] had een brief ingediend die volgens de rechtbank niet als bezwaar tegen het dwangsombesluit kon worden aangemerkt, waardoor de rechtmatigheid van het dwangsombesluit vaststaat. De begunstigingstermijn was verlengd tot 1 september 2019, ondanks dat [eiseres] dit betwistte. De rechtbank oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden omdat geen sprake was van een welbewuste toezegging van het college.
Verder stelde [eiseres] dat het college te formalistisch had gehandeld en dat sprake was van overmacht en nalatigheid, maar de rechtbank vond dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om van invordering af te zien. Gezien de lange duur sinds de eerste aanschrijving in 2017 en het belang van handhaving, was de invordering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom wordt ongegrond verklaard.