ECLI:NL:RVS:2021:275
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit invordering dwangsom recreatiewoning wegens schending hoor en wederhoor
Het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde legde aan [appellante], eigenaar van een recreatiewoning, een dwangsom van €25.000 op wegens niet-recreatief gebruik van de woning. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waarbij het college de overtreding van 9 mei 2019 als doorslaggevend beschouwde om invordering te rechtvaardigen.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding trad en dat het college ten onrechte de overtreding van 9 mei 2019 meenam zonder haar opnieuw te horen, wat een schending van het hoor en wederhoor-beginsel opleverde. De Afdeling oordeelde dat het college de overtreding wel mocht betrekken, maar dat het niet opnieuw horen van [appellante] in strijd is met artikel 7:9 Awb Pro.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep ongegrond werd verklaard. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de juiste procedure wordt gevolgd. De proceskosten en griffierecht worden aan [appellante] toegewezen.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar is vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van hoor en wederhoor.