Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
error in persona’, omdat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat [persoon 1] werkzaam was als officier van justitie en daarmee een publieke functie vervulde. Het is simpelweg niet bij verdachte opgekomen dat [persoon 1] géén officier van justitie is. In de ogen van verdachte is sprake van een conflict tussen de overheid en een burger. Nu uit de deskundigenrapportages blijkt dat verdachte heeft gehandeld vanuit een waanstoornis en volledig ontoerekeningsvatbaar is, moet het voorgaande in die context worden geplaatst en daarom is er geen sprake van opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer. Daarnaast kan volgens de raadsman niet worden bewezen dat verdachte het oogmerk had op het dwingen iets te doen of na te laten, dan wel vrees aan te jagen.
error in persona’. De vermeende functie was voor verdachte van doorslaggevend belang, waardoor de ‘
error in persona’afbreuk doet aan het bewijs voor opzet.
Error in persona’ is een vorm van dwaling, waarbij het gevolg waarop het opzet was gericht is ingetreden, maar waarbij de verkeerde persoon het slachtoffer is geworden. In deze zaak is naar het oordeel van de rechtbank van een dergelijke dwaling geen sprake, nu het opzet van verdachte juist specifiek was gericht op het contact maken met en het benaderen van [persoon 1], zijnde aangeefster. Zo begint verdachte zijn brieven aan haar met ‘[persoon 1]’, mailt hij naar [persoon 1] en gaat hij meerdere malen naar haar privéadres om brieven persoonlijk af te leveren. Daar is geen ruimte voor een ‘
error in persona’. Dat verdachte ten aanzien van de persoon [persoon 1] in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat ze werkzaam was als (cyber)officier van justitie is in dat kader niet van belang, nog daargelaten dat ook een officier van justitie een persoonlijke levenssfeer heeft waarop inbreuk kan worden gemaakt door veelvuldig ongewenste e-mails en brieven te versturen.
Snel intrekken die hap want ik maak momenteel korte metten.’ Verdachte wist dat aangevers geen contact met hem wensten, nu hij eerder op 29 maart 2016 door de rechtbank wegens belaging van dezelfde personen was veroordeeld en hem bovendien een contactverbod met hen was opgelegd.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
getriggerddoor de echtscheiding in 2013. De officier van justitie vindt dan ook aannemelijk dat verdachte óók ten tijde van belaging in zaak B in 2016 en 2017, volledig ontoerekeningsvatbaar was.
triggervoor deze stoornis lijkt de relatiebreuk tussen verdachte en zijn ex-vrouw te zijn en het vermoeden dat zijn ex-vrouw hem had bestolen. Dat er sprake is van een jarenlang voortdurend proces, blijkt uit het feit dat verdachte in 2016 is veroordeeld door het gerechtshof Den Haag voor belaging van [persoon 2] in 2015. Ondanks deze eerdere veroordeling bleef verdachte contact met haar en [persoon 3] opnemen. Verdachte lijkt dan ook te hebben volhard in zijn gedrag.
8.Motivering van de maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
ontslaat hem van alle rechtsvervolging ter zake daarvan.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.