Op 14 april 2018 ontstond op station Amsterdam Bijlmer Arena een ruzie tussen verdachte en een groep mannen, waaronder aangever 1. Verdachte gaf aangever 1 een vuistslag, waarna deze viel en op het spoor belandde. Verdachte werd vrijgesproken van poging tot doodslag en zware mishandeling omdat het bewijs onvoldoende was voor opzet en de schoppende beweging niet kon worden bewezen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte mishandeling pleegde door de vuistslag toe te brengen. Het verweer van noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de vrouw van verdachte. Verdachte was de agressor en handelde disproportioneel.
Voor de mishandeling legde de rechtbank een geldboete van €750 op, met een vervangende hechtenis van 15 dagen bij niet-betaling. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd deels toegewezen: €20 materiële schade en €500 immateriële schade, met wettelijke rente vanaf 15 april 2018. De overige vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank hield rekening met het feit dat het om uitgaansgeweld ging, de ernst van het feit en het laakbare gedrag van verdachte die zich niet om het slachtoffer bekommerde. De strafbeschikking na het feit en de overschrijding van de redelijke termijn werden meegewogen in de strafoplegging.