Uitspraak
[adres] .
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Inleiding
5.Vrijspraak
), is opgemerkt met betrekking tot de in artikel 126j Sv geregelde bevoegdheid tot het stelselmatig inwinnen van informatie:
)is een dergelijke uitbreiding naar het oordeel van de rechtbank toelaatbaar. De grenzen van artikel 126j Sv zijn hierdoor niet overschreden.
Her Majesty The Queen v. [partij](verder: Hart) werd gewezen in honderden Canadese strafzaken waarin sprake was van zeer ernstige strafbare feiten met succes was toegepast. Voordat het Supreme Court van Canada uitspraak deed in deze zaak leken de mogelijkheden tot het gebruik van de “Mr. Big-methode” nauwelijks begrensd. In de zaak Hart zijn voorwaarden gesteld aan het gebruik van het door toepassing van deze methode verkregen bewijs. Er moet volledigheidshalve op worden gewezen dat de Canadese praktijk en die van een aantal andere Angelsaksische landen waarin toepassing is gegeven aan de methode zich niet zonder meer laat vergelijken met de Nederlandse situatie.
befriending”). De operatie staat in het teken van het bevorderen van een bekentenis.
befriending. Dat contact startte aanvankelijk zakelijk en vervolgens werd een gecombineerd zakelijke en vriendschappelijke band opgebouwd. Daarbij ontwikkelde zich gedurende de daaropvolgende 16 maanden de relatie tussen [undercoveragent 1] en de medeverdachte zich steeds verder tot een - in ieder geval in de beleving van de laatstgenoemde - intensieve vriendenband. Ook de relatie tussen [undercoveragent 2] en de vriendin van zijn medeverdachte [medeverdachte] ontwikkelde zich in die zin, zij het in beperktere zin.
befriendingplaatsvond ten aanzien van de medeverdachte en niet ten aanzien van verdachte was gelegen in de opvatting van het onderzoeksteam dat de kans van slagen van het traject van informatie inwinning kansrijker zou zijn bij de medeverdachte [medeverdachte] .
befriendingonmiddellijk plaatsgevonden met [undercoveragent 1] de man die medeverdachte [medeverdachte] ook meenam bij de “klussen” en vertrouwelijke gesprekken met hem voerde. [undercoveragent 1] was uiteindelijk ook degene die [medeverdachte] confronteerde met (in dit geval CIE-) informatie zoals die zich voordoet in het “klassieke” Mr. Big scenario en waarbij medeverdachte [medeverdachte] voor een dilemma werd geplaatst zoals hiervoor is beschreven in de conclusie van de AG.
- Op 27 oktober 2017 wordt door [undercoveragent 2] het eerste contact gelegd met medeverdachte [medeverdachte] op de Dutch Design Beurs te Eindhoven. Daaraan voorafgaand had [undercoveragent 2] met [vriendin medeverdachte] gesproken. Zij stond op de Dutch Design Beurs met een stand en [undercoveragent 2] deed zich voor als geïnteresseerde. Er werd gesproken over de vakantieplannen van [undercoveragent 2] naar Vietnam of Cambodja en of [vriendin medeverdachte] in verband hiermee ook schilderijen op verzoek maakte. [vriendin medeverdachte] gaf aan dat dit geen probleem was en gaf [undercoveragent 2] haar visitekaartje. Verder is er nog gesproken over dat medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] mogelijk ook op vakantie gingen naar Cambodja.
- Op 22 januari 2018 heeft [undercoveragent 2] gebeld met [vriendin medeverdachte] en maakte zij een afspraak om op maandag 29 januari 2018 bij [vriendin medeverdachte] op de woonboot in [woonplaats] langs te komen om haar kunstwerken te bekijken.
- Op 29 januari 2018 waren [undercoveragent 2] en [undercoveragent 1] te gast op de woonboot van [vriendin medeverdachte] , waar ook medeverdachte [medeverdachte] verbleef. Daar werden de kunstwerken van [vriendin medeverdachte] bekeken en werd een schilderij aangekocht voor € 1.500. Verder werd er onder meer gesproken over de in Thailand woonachtige dochter van medeverdachte [medeverdachte] en over een restaurant in Cambodja dat medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] wilden overnemen, om in haar buurt te kunnen zijn.
- Op 6 februari 2018 brachten [undercoveragent 1] en [undercoveragent 2] een bezoekje op de woonboot, om het aangekochte schilderij op te halen. [vriendin medeverdachte] gaf aan op de vraag van [undercoveragent 2] hoe zij en medeverdachte [medeverdachte] het restaurant in Cambodja wilden financieren, dat zij nog geen idee hadden op welke wijze. Medeverdachte [medeverdachte] gaf [undercoveragent 1] zijn telefoonnummer en hij en [vriendin medeverdachte] werden uitgenodigd om bij [undercoveragent 1] op bezoek te komen in zijn woning in [woonplaats] .
- In de periode van 9 februari 2018 tot en met 1 maart 2018 hebben er diverse WhatsApp contacten plaatsgevonden tussen medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] over het gekochte schilderij.
- Op 2 maart 2018 bezochten [vriendin medeverdachte] en medeverdachte [medeverdachte] [undercoveragent 1] op “zijn” woonadres in [woonplaats] . [undercoveragent 2] die elders woonde was daarbij ook aanwezig. Er is onder meer gesproken over het restaurant in Cambodja dat € 125.000 zou kosten. [undercoveragent 1] en [undercoveragent 2] gaven aan dat zij mogelijk wilden investeren in dit restaurant.
- In de periode van 3 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 is er WhatsApp contact geweest tussen medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] over nieuwe schilderijen en het restaurant in Cambodja. Er werd afgesproken elkaar te zien op 20 maart 2018.
- Op 20 maart 2018 zijn medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] thuis bezocht door [undercoveragent 1] . Er werd door [undercoveragent 1] aan medeverdachte [medeverdachte] voorgesteld om samen op pad te gaan. Verder is er nog gesproken over het restaurant in Cambodja. Medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] toonden een presentatie waarin onder meer het financiële plaatje met betrekking tot de overname van het restaurant in Cambodja was opgenomen. [undercoveragent 1] gaf aan dat hij de week daarop zou weten of hij medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] € 5.000 kon lenen ten behoeve van een aanbetaling. Deze € 5000 zou zo snel mogelijk betaald moeten worden aan de huidige huurder van het restaurant als zekerheidsstelling zodat hij de inboedel van het restaurant niet aan een ander zou verkopen. Via WhatsApp werd de presentatie door [vriendin medeverdachte] ook met [undercoveragent 2] gedeeld.
- Op 26 maart 2018 heeft medeverdachte [medeverdachte] via WhatsApp contact opgenomen met [undercoveragent 1] . Hij vroeg naar het gevoel van [undercoveragent 1] met betrekking tot de plannen voor de aankoop van het restaurant in Cambodja. Via WhatsApp werd afgesproken elkaar te zien op 27 maart 2018.
- Op 27 maart 2018 ontvingen medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] [undercoveragent 1] en [undercoveragent 2] op de woonboot. Er is gesproken over de financiering van het restaurant in Cambodja. [undercoveragent 1] en [undercoveragent 2] gaven aan dat zij [vriendin medeverdachte] en medeverdachte [medeverdachte] nu niet konden helpen en laatstgenoemde vroeg of hij en [undercoveragent 1] nog samen op pad zouden gaan. Verder werd er onder meer gesproken over de financiële situatie van medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] .
- Op 30 maart 2018 heeft medeverdachte [medeverdachte] via WhatsApp contact opgenomen met [undercoveragent 1] . Hij gaf aan dat het restaurant in Cambodja reeds verkocht was en vroeg of [undercoveragent 1] nog altijd geïnteresseerd was om te investeren in een ander project in dat land. [undercoveragent 1] gaf aan enthousiast te blijven maar voorlopig niet bij zijn geld te kunnen.
- In de periode van 3 april 2018 tot en met 11 april 2018 ontving [undercoveragent 1] van medeverdachte [medeverdachte] berichten waarin hij aangaf een nieuw project op het oog te hebben in Cambodja en vroeg of [undercoveragent 1] het wilde laten weten als hij een helpende hand nodig had. Er werd afgesproken dat medeverdachte [medeverdachte] op 12 april 2018 mee zou gaan naar Drenthe om maritieme- en duikspullen weg te brengen.
- Medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] ontmoetten elkaar op 12 april 2018 op de woonboot en gingen vervolgens samen op pad voor de “klus” in Drenthe. Zij arriveerden om 14:00 uur in Hoogeveen. Daar werd medeverdachte [medeverdachte] voorgesteld aan undercoveragent [undercovernummer 1] in wiens garagebox spullen waren gelegd. Omstreeks 14:15 uur zijn medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] weer in de auto van laatstgenoemde gestapt richting [woonplaats] . Tijdens de rit gaf [undercoveragent 1] aan dat [undercovernummer 1] verstand had van diamanten en bitcoins. [undercoveragent 1] gaf voorts aan dat hij een contact had die bij de politie werkt en dat, als er een probleem zou zijn, hij dit kon laten checken.
- In de periode van 14 mei 2018 tot en met 13 juni 2018 heeft [undercoveragent 1] diverse telefonische contacten met medeverdachte [medeverdachte] gehad. Er zijn berichten over en weer gestuurd over de knieoperatie die medeverdachte [medeverdachte] had ondergaan en naar aanleiding van deze operatie heeft [undercoveragent 1] op 6 juni 2018 een bloemetje en flesjes bier bij medeverdachte [medeverdachte] in [woonplaats] langsgebracht. Tijdens een telefoongesprek van 9 juni 2018 nodigde [undercoveragent 1] medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] uit voor een diner met hem en [undercoveragent 2] bij het Okura hotel in Amsterdam.
- [undercoveragent 1] , [undercoveragent 2] , medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] ontmoetten elkaar op 14 juni 2018 bij de Maasbar in Amsterdam en gingen vervolgens samen naar het Okura. Er werd onder meer gesproken over de toekomst in Nederland of in Cambodja. Op verzoek van medeverdachte [medeverdachte] , die veel pijn aan zijn been had, is het diner omstreeks 23:50 uur beëindigd. De kosten van deze horecabezoeken zijn door [undercoveragent 1] voldaan.
- In de periode van 15 juni 2018 tot en met 13 juli 2018 hebben er diverse WhatsApp contacten plaatsgevonden tussen medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] . Er zijn onder meer berichten uitgewisseld over de beëindiging van [vriendin medeverdachte] uitkering en over medeverdachte [medeverdachte] die in verband met zijn knie niet kon werken en te kampen had met wondroos. Via WhatsApp gaf [undercoveragent 1] op 27 juni 2018 aan dat hij mogelijk werk had voor medeverdachte [medeverdachte] .
- Op 10 juli 2018 werd op bevel van de officier van justitie OVC-apparatuur in de woonboot van medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] in [woonplaats] geplaatst. Op 12 juli 2018 werd op bevel van de officier van justitie OVC-apparatuur in het voertuig van [undercoveragent 1] , een Mercedes ML, geplaatst.
- Op 13 juli 2018 ging [undercoveragent 1] naar de woonboot om twee schilderijen te kopen van [vriendin medeverdachte] voor een bedrag van € 2.500. [undercoveragent 1] gaf aan dat medeverdachte [medeverdachte] in de toekomst wel voor hem kon werken, maar dat medeverdachte [medeverdachte] dan moest stoppen met de wiettransporten. Met medeverdachte [medeverdachte] werd onder meer gesproken over open- en eerlijkheid. [undercoveragent 1] gaf aan dat hij altijd onder de radar was gebleven en dit graag zo wilde houden. Verder werd er onder meer gesproken over Portugal.
- In de periode van 13 juli 2018 tot en met 11 september 2018 heeft via WhatsApp en telefonisch contact plaatsgevonden tussen medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] over sociale onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de vakantie van [undercoveragent 1] . [undercoveragent 1] heeft in dat verband op 17 augustus 2018 enkele filmpjes naar medeverdachte [medeverdachte] gestuurd, gemaakt vanaf een zeilboot op zee. Ook is er een ontmoeting geweest op 8 augustus 2018 tussen medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] op de woonboot, waarbij onder meer is gesproken over Portugal en de kroketterie in Cambodja.
- Op 18 september 2018 heeft [undercoveragent 1] geappt met medeverdachte [medeverdachte] . Hij vroeg of medeverdachte [medeverdachte] die vrijdag (21 september 2018) een klusje kon doen. Ze spraken af op de woonboot.
- Medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] ontmoetten elkaar op 21 september 2018 op het woonadres van medeverdachte [medeverdachte] en gingen vervolgens op pad voor een klus. Medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] zijn in de auto van laatstgenoemde gestapt richting het Noorden. [undercoveragent 1] werd rond 12:30 uur gebeld door undercoveragent [undercovernummer 2] , die zich later naar medeverdachte [medeverdachte] toe voorstelde als [undercoveragent 3] . [undercoveragent 1] gaf medeverdachte [medeverdachte] aan dat de klus niet doorging omdat hij [undercoveragent 3] moest ophalen bij NS-station Breukelen. [undercoveragent 3] was op de vlucht, omdat er iets fout was gelopen bij een klus waarvoor hij opdracht van [undercoveragent 1] had gehad. [undercoveragent 1] gaf aan medeverdachte [medeverdachte] aan dat hij mee mocht omdat hij nu bij de organisatie hoorde en hij [undercoveragent 3] in dat verband toch zou ontmoeten, maar dat als hij er zich niet lekker bij voelde hij bij een treinstation kon worden afgezet. Medeverdachte [medeverdachte] gaf aan dat hij mee wilde. [undercoveragent 3] werd vervolgens opgehaald bij het station in Breukelen. In de auto werd [undercoveragent 3] aangesproken op zijn gedrag door [undercoveragent 1] . [undercoveragent 3] is daarop door [undercoveragent 1] in het bijzijn van medeverdachte [medeverdachte] naar een “safe house” in Hoofdorp gebracht. [undercoveragent 1] heeft aldaar aangekomen de auto verlaten en liet [undercoveragent 3] en medeverdachte [medeverdachte] een moment alleen in de auto. Tijdens dit moment vertelde medeverdachte [medeverdachte] [undercoveragent 3] dat hij ook weleens had moeten vluchten. Medeverdachte [medeverdachte] gaf, op de vraag van [undercoveragent 3] waarom, aan dat hij dit niet kon zeggen omdat hij daarvoor TBS kon krijgen. Nadat [undercoveragent 3] was afgezet zijn medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] naar de woonboot in [woonplaats] gereden. [undercoveragent 1] heeft medeverdachte [medeverdachte] € 300 betaald voor de klus. Daarnaast kreeg medeverdachte [medeverdachte] een prepaid telefoon van [undercoveragent 1] voor het zakelijke contact.
- Op 25 september 2018 werd de in de woning van medeverdachte [medeverdachte] en [vriendin medeverdachte] in [woonplaats] geplaatste OVC-apparatuur ingeschakeld. Op 27 september 2018 werd de in de auto van [undercoveragent 1] geplaatste OVC-apparatuur ingeschakeld.
- Op 26 september 2018 heeft [undercoveragent 1] contact opgenomen met medeverdachte [medeverdachte] en is er een afspraak gemaakt voor een klus op donderdagmiddag 27 september 2018. Op 27 september 2018 zijn medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] in de auto van laatstgenoemde gestapt en zijn zij naar Dordrecht gereden. [undercoveragent 1] gaf aan medeverdachte [medeverdachte] aan dat hij wilde weten hoe het zat met het verhaal dat medeverdachte [medeverdachte] aan [undercoveragent 3] had verteld, omdat hij geen risico’s wilde lopen. Medeverdachte [medeverdachte] vertelde daarop aan [undercoveragent 1] dat hij ongeveer twintig jaar geleden had moeten vluchten in verband met een ripdeal en zijn betrokkenheid bij de in verband hiermee doodgeschoten ripper. In Dordrecht liet [undercoveragent 1] medeverdachte [medeverdachte] achter in de auto op het parkeerterrein van het Van der Valk hotel met de opdracht op een pakketje te passen. [undercoveragent 1] heeft medeverdachte [medeverdachte] voor deze klus een bedrag van € 300 betaald.
- In de periode van 1 oktober 2018 tot en met 13 oktober 2018 hebben er diverse WhatsApp gesprekken van sociale aard plaatsgevonden tussen medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] . Voorts is er op 10 oktober 2018 een ontmoeting geweest tussen [undercoveragent 1] , [undercoveragent 2] , [vriendin medeverdachte] en medeverdachte [medeverdachte] , waarbij op de woonboot van [vriendin medeverdachte] is gebarbecued.
- Op 16 oktober 2018 heeft [undercoveragent 1] medeverdachte [medeverdachte] thuis in [woonplaats] opgehaald en zijn ze samen naar een locatie in de buurt van de woonboot gegaan om te praten. In de geparkeerde auto van [undercoveragent 1] is onder meer gesproken over het inperken van risico’s en in dit verband vroeg [undercoveragent 1] medeverdachte [medeverdachte] om details met betrekking tot zijn opmerking over de doodgeschoten ripper. Medeverdachte [medeverdachte] legde vervolgens een gedetailleerde verklaring af waarin hij zichzelf en verdachte heeft belast en aangaf dat het slachtoffer [slachtoffer] was. Verder is er door medeverdachte [medeverdachte] nog gesproken over dat hij, omdat hij zijn huur moest betalen, toch weer wiettransporten ging doen.
- Op 30 oktober 2018 vond een WhatsApp contact plaats tussen medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] en is er een afspraak gemaakt voor een klus op 1 november 2018. Op 1 november 2018 zijn medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] in de auto van laatstgenoemde naar Meerkerk gereden. In Meerkerk moest medeverdachte [medeverdachte] een USB overhandigen aan undercoveragent [undercovernummer 3] . Door [undercovernummer 3] werd verteld dat de USB belangrijke informatie bevatte om geld op een bepaalde manier weg te (kunnen) zetten. [undercoveragent 1] heeft medeverdachte [medeverdachte] voor deze klus een bedrag van € 300 betaald.
- In de periode van 6 november 2018 tot en met 5 december 2018 hebben er diverse WhatsApp gesprekken van sociale aard plaatsgevonden en zijn foto’s en video’s over en weer toegezonden tussen medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] .
- Op 6 december 2018 ontving medeverdachte [medeverdachte] [undercoveragent 1] op de woonboot. Er werd door medeverdachte [medeverdachte] gesproken over dat hij was gestopt met het koerieren van wiet. Verder is er nog gesproken over Portugal. [undercoveragent 1] heeft medeverdachte [medeverdachte] € 300 betaald als voorschot voor toekomstig werk, omdat deze krap bij kas zat, en hem als kerstpakket een fles whisky gegeven.
- In de periode van 10 december 2018 tot en met 10 januari 2019 heeft er telefonisch contact plaatsgevonden tussen [undercoveragent 1] en medeverdachte [medeverdachte] over sociale onderwerpen.
- Op 11 januari 2019 heeft [undercoveragent 1] medeverdachte [medeverdachte] thuis opgehaald in verband met een klus. Medeverdachte [medeverdachte] en [undercoveragent 1] zijn omstreeks 14:00 uur in de auto van laatstgenoemde gestapt en zijn zij naar Utrecht gereden. Daar ontmoetten zij [undercoveragent 3] . Er moest een man worden aangepakt die schulden had bij [undercoveragent 1] . Medeverdachte [medeverdachte] ging met [undercoveragent 3] mee voor de uitvoering van die opdracht. De betreffende man, undercoveragent [undercovernummer 4] , werd gedwongen zijn waardevolle spullen af te geven. Medeverdachte [medeverdachte] bracht hem daarna, in strijd met de afspraak, naar [undercoveragent 1] . [undercoveragent 1] heeft medeverdachte [medeverdachte] vervolgens voor deze klus een bedrag van € 200 betaald.
- Op 20 januari 2019 heeft [undercoveragent 1] via WhatsApp contact opgenomen met medeverdachte [medeverdachte] . Hij vroeg of medeverdachte [medeverdachte] een kopie van zijn paspoort wilde sturen in verband met het boeken van een te ondernemen trip.
- Op 23 januari 2019 heeft [undercoveragent 1] contact opgenomen met medeverdachte [medeverdachte] en is er een afspraak gemaakt voor donderdag 24 januari 2019. Op 24 januari 2019 heeft [undercoveragent 1] medeverdachte [medeverdachte] thuis opgehaald en zijn ze samen naar een locatie gegaan om te praten. In de geparkeerde auto van [undercoveragent 1] is medeverdachte [medeverdachte] geconfronteerd met dossiergegevens waarover [undercoveragent 1] kon beschikken en die strijdig waren met medeverdachte [medeverdachte] zijn lezing over de gang van zaken rond de dood van [slachtoffer] . Medeverdachte [medeverdachte] gaf vervolgens zeer omstandig aan dat zijn verhaal over [slachtoffer] de waarheid was.
- Op 26 februari 2019 is medeverdachte [medeverdachte] aangehouden en heeft [undercoveragent 2] [vriendin medeverdachte] thuis bezocht. [vriendin medeverdachte] gaf aan op de vraag waarom medeverdachte [medeverdachte] was aangehouden, dat zij had gehoord dat het om moord/doodslag ging maar dat zij hier niets van wist.
de rechtbank begrijpt: [undercoveragent 1]) kwam met een verhaal over Portugal waarbij ik vals geld kon gaan vervoeren met een boot (..) [undercoveragent 1] gaf mij de indruk dat ik dan wel een keiharde bikkel moest zijn als ik die baan wilde (..) Ik heb hem dat broodje-aapverhaal over [slachtoffer] op de mouw gespeld want daarmee zou ik dan indruk op hem kunnen maken.” [34]
[undercoveragent 1] : Je was totaal met z’n tweeën dus? Je was totaal met z’n drieën, alleen de derde die is er niet meer? .. Hoe heette die gozer?
[undercoveragent 1] : Nee, daarom en ik weet het nou. Ik vind het harstikke fijn dat je het vertelt want ik heb natuurlijk zelf ook damage control. [37]
damage controldoet, vindt de rechtbank niet ongeoorloofd, aangezien [undercoveragent 1] dit pas benoemt nadat medeverdachte [medeverdachte] al heeft prijsgegeven dat hij [slachtoffer] heeft gedood.
: Nee he, maar ik ben harstikke blij met je he want wij hadden het over vertrouwen. Vertrouwen, eerlijkheid en zeker nu je meegaat naar Portugal. En ik denk dat daar gewoon goed in de business gaan. Alleen het verhaal klopt op driekwart enne want er loopt nog geen onderzoek maar er is wel .. Mensen hebben wel erover gesproken. (..)
[undercoveragent 1] : Kijk als wij alles weg kunnen poetsen. Alles weg kunnen poetsen. Als wij kunnen .. hee prima kijk dat gaat nooit meer gevonden worden of het ligt er wel ergens wij zorgen dat het nooit meer gevonden wordt. Hee dan ben jij voor mij .. voor mij is het dan klaar.
damage controlprobeerde te doen.
):
6.Ten aanzien van de benadeelde partij
€ 4.360, - aan vergoeding van materiële schade, bestaande uit een herinneringsmonument in de vorm van een kunstwerk. Het geheel te vermeerderen met de wettelijke rente.