Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 maart 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser (hierna: [eiser] )
Procesverloop
Overwegingen
5 juli 2020 heeft [eiser] een WW-uitkering aangevraagd.
furlough pay). De rechtbank volgt het Uwv niet in het betoog dat [eiser] dan maar bij een andere werkgever had moeten gaan werken. Allereerst hoopte [eiser] op een succesvolle afronding van de proefperiode waar hij in zat, tegen het licht van in die periode nog goede overlevingskansen. Daarnaast verkeerde [eiser] in een zodanig uitzonderlijke medische situatie dat het ook om die reden naar het oordeel van de rechtbank volstrekt navolgbaar en begrijpelijk is dat hij in de betreffende periode in Nederland niet bij een andere werkgever feitelijke werkzaamheden is gaan verrichten. [eiser] verkeerde in dusdanig bijzondere omstandigheden dat het niet verrichten van werkzaamheden hem naar het oordeel van de rechtbank niet kan worden tegengeworpen.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- bepaalt dat [eiser] aanspraak heeft op uitbetaling van zijn uitkering op grond van de WW en draagt het Uwv op dat uitgewerkt in een besluit neer te leggen binnen vier weken na het gezag van gewijsde krijgen van deze uitspraak;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 49,- aan [eiser] te vergoeden.
mr.N. Bissumbhar, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2022.