Uitspraak
the Regional Court in Poznań(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
II K 994/17;
II K 226/18; II K 239/18en
II K 59/19verwijst de rechtbank naar de overwegingen in haar tussenuitspraak van 12 augustus 2021. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
II K 754/18.Zoals in de tussenuitspraak van 12 augustus 2021 is overwogen heeft geen van de in artikel 12, onder a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden zich voorgedaan, waardoor de rechtbank de overlevering ten aanzien van dit vonnis kan weigeren.
II K 754/18heeft de rechtbank overwogen dat de rechtbank geen aanleiding zag om af te zien van weigering op grond van artikel 12 OLW Pro. De rechtbank heeft destijds in de tussenuitspraak echter geen definitieve beslissing genomen, hetgeen blijkt uit het feit dat in het dictum van de tussenuitspraak niet de overlevering is geweigerd ten aanzien van een of meerdere vonnissen die aan dit EAB ten grondslag liggen. Gelet hierop kan de rechtbank de eerdere overweging tot weigering met betrekking tot artikel 12 OLW Pro herzien. [1]
II K 754/18terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Poznań(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.