Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
‘Nee, ik heb niets’.Tijdens de fouillering voelde de verbalisant in de rechter jaszak een zwaar voorwerp. Hij hoorde verdachte zeggen:
‘Dit is voor een clip’.Verdachte had een vuurwapen (naar later bleek: een gaspistool) in zijn jaszak en hierop werd hij aangehouden. Tijdens de fouillering van medeverdachte [medeverdachte] bleek dat hij ook een vuurwapen (naar later bleek: een nabootsing/balletjespistool) in zijn jaszak had. De verbalisanten hebben de sporttas en de snorfiets onderzocht; in de tas zat een zonnebril, duct tape en een paar tiewraps en in de buddyseat van de snorfiets lag gereedschap.
‘Het is spoed. Ik moet je scooter lenen en breng deze vanmiddag weer terug’.De scooter van [getuige] betreft de scooter waarop verdachte voorafgaand aan zijn aanhouding zat, waarvan de kentekenplaat was afgeplakt.
‘Wil je naar binnen gaan met blote handen? Als ik [naam 2] was oke, maar als ie ergens ligt waar we niet bij kunnen, wat ga je doen? Timer gewoon tot morgen [naam 1] , voor wat heb je haast? Is toch alleen maar beter? Dat alles uitgevogeld word is beter. Je moet rustig doen broertje, als je ongepland gaat, garandeer ik je dat het fout gaat. Morgen hebben wij dit geregeld’.De rechtbank leidt hieruit af dat het volgens die persoon beter is ‘om meer voor te bereiden’ en dat zij ‘het morgen gaan regelen’.
5.Bewezenverklaring
6.Bewijs
7.Strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van verdachte
first offenderis. Verdachte beseft dat hij een verkeerde keuze heeft gemaakt en hij wil er alles aan doen om zijn leven te verbeteren. Hij doet zijn best op school, hij houdt zich aan de schorsingsvoorwaarden (inclusief de avondklok) en hij komt al zijn afspraken met de hulpverlening na. De eis van de officier van justitie is daarom aan de hoge kant; een voorwaardelijke werkstraf doet meer recht aan deze zaak.
first offenders.
first offender.
- het rapport van de Raad van 25 februari 2022;
- het meest recente rapport van [jeugdbescherming] van 31 mei 2022.
de Raadzijn advies toegelicht. Er zijn veel zorgen over de vriendenkring van verdachte. Hij lijkt veel informatie achter te houden, waardoor er onvoldoende zicht is op zijn bezigheden buitenshuis. Verdachte heeft daarnaast moeite om de juiste keuzes te maken of de gevolgen van zijn handelen te overzien. Hij is een
first offender, maar wordt wel gelijk van een ernstig feit verdacht. Tijdens de gesprekken met de hulpverlening geeft verdachte aan dat hij geen drugs gebruikt wegens zijn geloof, maar op de vraag waarom hij dan verdovende middelen in zijn kamer heeft wil hij geen antwoord geven. Het is positief dat verdachte zich aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden, dat hij zijn best doet op school en dat hij gemotiveerd deelneemt aan de hulpverlening van de Intensieve Forensische Aanpak (IFA). De Raad adviseert daarom een deels voorwaardelijke werkstraf, met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de volgende bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld, namelijk dat verdachte: onderwijs volgt volgens het lesrooster, meewerkt aan het hebben en behouden van een zinvolle vrijetijdsbesteding, meewerkt aan de reeds ingezette hulpverlening van IFA, meewerkt aan het persoonlijkheidsonderzoek (verdachte is hiervoor aangemeld bij [instelling] ) en aan de eventueel daaruit voortvloeiende behandeling en meewerkt aan alle hulpverlening die noodzakelijk wordt geacht door [jeugdbescherming] .
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing
11.Beslissing
terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
180 (honderdtachtig) dagen.
123 (honderd drieëntwintig) dagen, van deze jeugddetentienietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelastop grond van het overtreden van de na te noemen algemene en bijzondere voorwaarden.
2 (twee) jarenonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
- onderwijs volgt volgens het lesrooster;
- meewerkt aan het hebben en behouden van een zinvolle vrijetijdsbesteding;
- meewerkt aan de reeds ingezette hulpverlening van de Intensieve Forensische Aanpak (IFA);
- meewerkt aan het persoonlijkheidsonderzoek (en aan de eventueel daaruit voortvloeiende behandeling);
- meewerkt aan alle hulpverlening die noodzakelijk wordt geacht door [jeugdbescherming] .
dadelijk uitvoerbaarzijn.
150 (honderdvijftig) uren.