ECLI:NL:RBAMS:2022:3860
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding en verdeling gemeenschap van goederen na huwelijk zonder dwang
Partijen zijn in 2016 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. De vrouw verzocht nietigverklaring van het huwelijk wegens dwang, stellende dat zij onder psychische druk en isolatie van familie het huwelijk is aangegaan. De man betwistte dit en stelde dat sprake was van een langdurige partnerrelatie en dat het huwelijk uit liefde is gesloten.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw onvoldoende bewijs leverde voor dwang en misbruik van omstandigheden voorafgaand aan het huwelijk. Er was sprake van een langdurige affectieve relatie en de stellingen over isolatie en dwang waren onvoldoende onderbouwd. Het verzoek tot nietigverklaring werd afgewezen.
De rechtbank sprak vervolgens de echtscheiding uit wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De verdeling van de gemeenschap van goederen vond plaats bij helfte, waarbij de vrouw verzocht had om afwijking wegens bijzondere omstandigheden, maar dit werd door de rechtbank afgewezen omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren vastgesteld.
De rechtbank bepaalde de toedeling van kleding, inboedel, aandelen en bankrekeningen met specifieke voorwaarden, waaronder taxatie van aandelen en verrekening van saldi. Verzoeken tot schadevergoeding en afgifte van sieraden en aandeelhoudersregister werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het verzoek tot partnerbijdrage werd afgewezen omdat de man geen behoefte had na verdeling van het vermogen.
Uitkomst: Huwelijk niet nietig verklaard, echtscheiding uitgesproken en gemeenschap van goederen verdeeld bij helfte.