ECLI:NL:RBAMS:2022:5815
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijk verklaard besluit beëindiging bijstand gegrond verklaard
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Amsterdam om haar bijstandsuitkering per 1 december 2019 te beëindigen vanwege een partnerschap en een gezamenlijk inkomen boven de norm. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat niet is aangetoond dat het beëindigingsbesluit daadwerkelijk en op de voorgeschreven wijze aan eiseres is verzonden.
De rechtbank stelt vast dat het bestuursorgaan geen deugdelijke verzendadministratie kon overleggen en dat er geen contra-indicaties zijn die aannemelijk maken dat eiseres het besluit toch heeft ontvangen. Het enkele feit dat eiseres later een aanvullende uitkering aanvroeg en meldde dat haar uitkering was gestopt, is onvoldoende bewijs van ontvangst.
Omdat het besluit niet rechtsgeldig bekend is gemaakt, is de bezwaartermijn niet aangevangen en was het bezwaar tijdig. De rechtbank vernietigt het besluit van 22 maart 2022 dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit is gegrond verklaard en het besluit vernietigd.