Appellante ontving sinds 2012 bijstand en werd vanaf 2014 als alleenstaande ouder gekwalificeerd. Het college verzocht haar meerdere malen om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2014 te overleggen, maar zij reageerde niet. Het college schortte daarom bij besluit van 30 september 2014 haar bijstand op en trok deze later in met terugvordering van kosten.
Appellante maakte bezwaar tegen het opschortingsbesluit, stellende dat zij het besluit nooit had ontvangen. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening, omdat het besluit volgens hen aangetekend was verzonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit aangetekend is verzonden; de overgelegde schermprint uit het Socrates-systeem is onvoldoende bewijs. Hierdoor is het bezwaar tijdig ingediend. Tevens oordeelt de Raad dat het opschortingsbesluit disproportioneel was, omdat het college niet kon vaststellen of appellante de heffingskorting had aangevraagd en een schatting had kunnen maken in plaats van de bijstand op te schorten.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het opschortingsbesluit, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het college in de kosten van appellante. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.