Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Ik ga jullie neerschieten. Ik heb een wapen. Ik schiet door de deur heen” specifiek op hen waren gericht, blijkt vervolgens onder meer uit de aangifte van [slachtoffer 3] . Hij verklaart dat verdachte hen net daarvoor uit de woning had gedreven en dat hij samen met [slachtoffer 4] de enige was die vervolgens voor de gesloten voordeur buiten de woning stond. Door deze bewoordingen van verdachte kon bij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] de redelijke vrees ontstaan dat verdachte zijn bedreigingen zou uitvoeren. Temeer nu deze agenten kort daarvoor verdachte in een aanvallende houding op hen af zagen lopen en zij daarbij zagen dat hij iets in zijn handen vasthield.
5.Het bewijs
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Onttrekking aan het verkeer
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
Achmea Expertiseonderbouwd.