Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de conclusie van antwoord;
- het instructievonnis van 3 september 2021;
- de dagbepaling mondelinge behandeling.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
“(…) Vanwege mijn jaarlijks verblijf in China werd een totaalbedrag van EUR 51,- per maand genoemd. Bovendien was er geen sprake van een bepaalde looptijd van de overeenkomst en dus ook niet van een “opzegvergoeding”.”
(…) De voorschotten zijn berekend op basis van de verbruiken van de vorige leverancier waarvan het nieuwe voorschot ook vastgesteld is op € 90,-. Wij hebben uw voorschot voor nu verlaagd met 10% dan komen we uit op een totaal: € 81,20.”
€ 1.081,12, waarbij de betaalde voorschotten in mindering zijn gebracht en tweemaal een opzegvergoeding van € 125,00 in rekening is gebracht.
“(…) Gemachtigde ziet geen reden waarom de onderhavige procedure niet voortgezet kan worden. (…) Wederom tracht gedaagde onder haar betalingsverplichtingen uit te komen door een (onterechte) uitstel op te werpen. Gemachtigde en haar incassobureau hebben geen afspraken met de Geschillencommissie over het voeren van procedures. Het wordt dan ook hoog tijd dat gedaagde haar betalingsverplichting nakomt.”
Geschil
Beoordeling
26 augustus 2020, telefonisch contact is opgenomen met [gedaagde] , waarbij volgens haar een overeenkomst tot stand is gekomen (zie hiervoor onder 1.4. de door DGB overgelegde “Leveringsovereenkomst”). In dat geval dient DGB bij het sluiten van de overeenkomst onder meer te voldoen aan de verplichting van artikel 6:230v lid 6 BW, te weten dat de overeenkomst schriftelijk moet worden gesloten. Dit kan ook langs elektronische weg, mits voldaan is aan artikel 6:227a BW, te weten dat de overeenkomst in ieder geval op het moment van het sluiten van de overeenkomst en daarna raadpleegbaar moet zijn voor de consument. Ingevolge artikel 3:39 BW Pro zijn overeenkomsten die niet aan dit vereiste voldoen nietig.
1 september 2020 via de post pas na terugkomst van verblijf uit het buitenland heeft ontvangen en toen direct contact heeft opgenomen met DGB, hetgeen blijkt uit zijn
e-mailberichten van november 2020, waarbij hij meteen heeft meegedeeld dat het in rekening gebrachte voorschot niet overeenkwam met het telefonisch gedane aanbod.
€ 1.018,12 dient DGB dan ook aan [gedaagde] terug te betalen. Ook gaat de kantonrechter op grond van het bovenstaande ervan uit dat de reeds betaalde voorschotten ten bedrage van € 448,63 aan [gedaagde] zullen worden geretourneerd.
€ 25,00 aan verletkosten.