Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
- het vonnis in de strafzaak van 1 mei 2019;
- de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van 14 april 2021;
- het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel door middel van een kasopstelling (ex artikel 36e 2e lid (de rechtbank leest: 3e) Sr)” van 12 juni 2019 (inclusief bijlagen), opgemaakt door [naam brigadier], brigadier, Senior Tactische Opsporing, werkzaam bij de Eenheid Amsterdam, Dienst Regionale Recherche afdeling FINEC;
- de Conclusie van Antwoord van 29 juli 2021;
- de Conclusie van Repliek van 27 augustus 2021;
- de e-mail van de raadsman van 24 september 2021.
2.De vordering
3.De grondslag van de vordering
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
De redelijke termijn
6.De verplichting tot betaling
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
€ 45.344,49 (vijfenveertigduizend driehonderdvierenveertig euro en negenenveertig cent)aan de Staat.
906 (negenhonderdzes) dagen.