Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
[slachtoffer], bijgestaan door zijn advocaat mr. J.J.G.M. Buijs, vordert
€ 26.302,47aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Kledingschade en verlies airpods en oplaadcase. De rechtbank zal de gevorderde schade voor de kleding (
€ 70,-) toewijzen, nu deze als gevolg van bloedvlekken is beschadigd. Van de benadeelde partij kan niet worden verlangd dat hij deze kleding nog zal dragen. De vordering wordt ten aanzien van de airpods en oplaadcase niet-ontvankelijk verklaard nu uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat deze als gevolg van het feit verloren zijn gegaan.
Reis-/parkeerkosten. De rechtbank zal de vordering deels toewijzen, alleen waar het betreft reis-/parkeerkosten die zien op ziekenhuisbezoek of bezoek aan medici, nu alleen deze kosten op grond van de richtlijn voor toewijzing in aanmerking komen. De gevorderde reis-/parkeerkosten van 10 oktober 2021, 30 maart 2022 en 19 juni 2022 hadden een ander doel en worden daarom niet-ontvankelijk verklaard. Anders dan door de raadsman is betoogd staat de omstandigheid dat de kosten door familieleden en niet door verdachte zelf zijn gemaakt, niet aan toewijzing in de weg. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat ook de reis-/parkeerkosten voor het bezoek op 18 september 2021 naar het politiebureau om aangifte te doen voor vergoeding in aanmerking komt.
€ 708,-.
Ziektekosten.De rechtbank wijst de gevorderde schade toe
(€ 434,95);
ZiekenhuisdaggeldvergoedingDe rechtbank wijst de gevorderde schade toe
Betaalde huur zonder huurgenot. De rechtbank verklaart de vordering met betrekking tot deze post niet-ontvankelijk, omdat deze schade niet als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde is aan te merken.
Kosten verhuizing.De rechtbank verklaart de vordering met betrekking tot deze post niet-ontvankelijk, omdat zij de vordering op dit punt onvoldoende vindt onderbouwd.
Verzorgingskosten. De rechtbank wijst de gevorderde schade toe (
€ 445,-). Anders dan de raadsman heeft betoogd is de benadeelde partij gehouden de schade van derden (zogenoemde verplaatste schade) te vergoeden voor zorg die aan het slachtoffer is geboden.
Huishoudelijke hulp. De rechtbank wijst de gevorderde schade toe (
€ 40,-). Anders dan de raadsman heeft betoogd is de benadeelde partij gehouden de schade van derden te vergoeden voor huishoudelijke hulp die aan het slachtoffer is geboden.
Verlies van arbeidsvermogen. De rechtbank constateert dat geen stukken van een medicus of arbeidsdeskundige zijn overgelegd waaruit blijkt in hoeverre de benadeelde partij in staat was betaalde arbeid te verrichten. De vordering is daarom onvoldoende onderbouwd. Het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. Dat levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard voor dit deel van de vordering.
Studievertraging.De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij studievertraging heeft opgelopen die in ieder geval deels is te wijten aan het bewezenverklaarde. Aannemelijk is dat ook andere omstandigheden en gebeurtenissen in het leven van de benadeelde partij aan deze vertraging hebben bijgedragen maar het is bijzonder lastig, zo niet onmogelijk, om vast te stellen in welke mate. Bij het vaststellen van de schade zal de rechtbank daarom gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid. Zij schat dat de studievertraging voor de helft is te wijten aan het bewezenverklaarde en zal daarom een bedrag van € 22.475,- / 2 =
€ 12.966,45ter vergoeding van materiële schade toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 18 september 2021.
€ 3.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is voltooid, te weten 18 september 2021.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
werkstrafvoor de duur van
140 (honderdveertig) uren. Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 70 (zeventig) dagen.
[slachtoffer]toe tot
€ 15.966,45(vijftienduizend negenhonderdzesenzestig euro en vijfenveertig cent) (€ 12.966,45 materieel en
€ 15.966,45(vijftienduizend negenhonderdzesenzestig euro en vijfenveertig cent) (€ 12.966,45 materieel en € 3.000,- immaterieel) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 18 september 2021. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 1 (één) maand. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.