ECLI:NL:RBAMS:2022:6249
Rechtbank Amsterdam
- Beslissing RC
- H. Fehmers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoningsrecht advocaat bij informatieverstrekking aan belastingdienst en officier van justitie
De zaak betreft een vordering van de officier van justitie om onderzoekshandelingen te verrichten en te beoordelen of bepaalde stukken die door mr. Z zijn opgesteld onder het verschoningsrecht vallen. Mr. Z was aanvankelijk belastingadviseur en later advocaat van de verdachten A en B, die worden verdacht van het indienen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting over de jaren 2007-2013.
De rechter-commissaris stelt vast dat het aan mr. Z zelf is om te bepalen in welke hoedanigheid hij informatie heeft verkregen en dat er geen reden is om aan zijn standpunt te twijfelen dat hij in zijn hoedanigheid van advocaat handelde. Vervolgens wordt geoordeeld dat het verstrekken van vertrouwelijke informatie aan de belastingdienst niet betekent dat de vertrouwelijkheid ten opzichte van alle derden is prijsgegeven. Echter, omdat de informatie is verstrekt aan de inspecteur van de belastingdienst die ook belast is met strafrechtelijke opsporing, is de vertrouwelijkheid ook prijsgegeven voor het strafrechtelijk vervolg.
De beslissing is dat de officier van justitie kennis mag nemen van de correspondentie tussen mr. Z en de belastingdienst over de jaren 2007-2013, ondanks het verschoningsrecht. Tegen deze beslissing kan binnen veertien dagen een klaagschrift worden ingediend, waarbij de stukken niet worden vrijgegeven zolang de procedure loopt.
Uitkomst: De officier van justitie mag kennis nemen van de correspondentie tussen mr. Z en de belastingdienst over de jaren 2007-2013 ondanks het verschoningsrecht.