Conclusie
1.Waar het in deze zaak om gaat
2.Het cassatieberoep
3.Het procesverloop na indiening van het klaagschrift
4.De beschikking van de rechtbank
Beklag
of een geding waarin, hij zijn bijstand heeft verleend, (...) niet mee[brengt] dat de advocaat ten aanzien van die stukken jegens anderen niet langer een beroep op zijn verschoningsrecht kan doen'
(rechtbank: cursivering zinsnede waar [klager] de nadruk op legde). Dat de stukken elders gepubliceerd zijn raakt het beroep van [klager] op het verschoningsrecht niet.
in het geding zijn gebracht, en dus niet enkel ter kennis van een wederpartij zijn gebracht, waarmee die stukken, zoals is overwogen, ook aan de rechter zijn voorgelegd en onderdeel zijn geworden van het dossier in een procedure in het publieke domein. De rechtbank is van oordeel dat daarmee het tiendagenstuk door klager is vrijgegeven en klager met betrekking tot dat stuk geen beroep meer kan doen op het verschoningsrecht. De rechtbank verklaart het beklag van klager ongegrond voor zover het ziet op het tiendagenstuk.”
5.Het eerste middel
doch niet uitsluitend, de notariële verklaringen van cliënten alsmede de notariële verklaringen van elf andere personen rust het verschoningsrecht van klager. Desondanks bevinden de verklaringen zich in het dossier van de FIOD (DOC 054 t/m 067). [onderstreping toegevoegd]”
via deinspecteur van de belastingdienst de beschikking heeft gekregen over conceptverklaringen en/of correspondentie die hierop ziet. [3]
6.Het tweede middel
terwijl de verdenking op precies die gedragingen zag en dat de informatie was verstrekt aan de inspecteur van de belastingdienst, die op grond van art. 80 lid 1 Awr Pro is belast met de opsporing van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten[onderstreping AG TS].”