ECLI:NL:RBAMS:2022:6474
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering IOW-uitkering wegens ontvangen prepensioen
Verzoeker ontving een IOW-uitkering die het UWV heeft herzien omdat hij in de periode mei tot en met juli 2021 een prepensioen ontving, wat niet was gemeld. Hierdoor werd een teveel ontvangen bedrag van €2.656,48 teruggevorderd. Verzoeker stelde dat er sprake was van een legitiem misverstand en onvoldoende informatie door het UWV, en voerde proportionaliteit en subsidiariteit aan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de informatieplicht duidelijk was en dat verzoeker redelijkerwijs had moeten begrijpen dat het prepensioen invloed had op zijn uitkering. Het UWV was daarom terecht gehouden de uitkering te herzien en terug te vorderen. Dringende redenen om van terugvordering af te zien waren niet aanwezig, ook niet vanwege het wetsvoorstel Wet maatwerk bij terugvordering.
Hoewel verzoeker een betalingsregeling trof, bleek hij geen aflossingscapaciteit te hebben, waardoor het UWV de invordering stopzette. Het UWV hoeft het reeds betaalde bedrag niet terug te betalen, omdat verzoeker vrijwillig en tijdig aan de betalingsregeling heeft voldaan. Het beroep van verzoeker werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de herziening en terugvordering van de IOW-uitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.