Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
(Kamerstukken II 2018/19, 35 086, nr. 6)
.Dit verbod ziet uitdrukkelijk op het vasthouden van apparatuur tijdens het besturen en niet op het feitelijk gebruik van de apparatuur of het gebruik van applicaties.
vasthoudenvan de mobiele telefoon te verbieden en dat dit niet betekent dat het
bedienenvan een mobiele telefoon tijdens het rijden niet is toegestaan, als de telefoon niet wordt vastgehouden. Voor zover het telefoneren, dan wel het bedienen van de mobiele telefoon gevaarlijk wordt geacht, wat daar verder ook van zij, heeft de regelgever dit niet verboden.
vastgehouden.
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
first offender.
8.Vorderingen benadeelde partijen
- de partner van de overledene die een gezamenlijke huishouding voerde;
- de ouder van de overledene alsmede de kinderen van de overledene;
- degene die duurzaam in gezinsverband de zorg voor de overledene had of voor wie de overledene ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg had;
- diegene die ten tijde van de gebeurtenis in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene stond dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien dat deze als naaste dient te worden aangemerkt.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
2 (twee) jaren.
[nabestaande 1]toe tot een bedrag van
€ 15.000,- (vijftienduizend euro)aan shockschade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (4 maart 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[nabestaande 2] niet-ontvankelijkin zijn vordering.
[nabestaande 3] niet-ontvankelijkin haar vordering.
[nabestaande 4] niet-ontvankelijkin zijn vordering.